November 30, 2022

Storytelling op 5 december

Geen inspiratie voor je Sinterklaasgedicht?

Analytic Storytelling helpt je graag. 😉 Met een dichttip bij elke stap uit onze methode.

#1: Pas je aan aan je publiek

Je schrijft je gedicht natuurlijk voor de persoon van wie je het lootje hebt getrokken. Maar de andere aanwezigen zijn ook je publiek.

Daarom werkt het goed als het gedicht soms ook over hen gaat.

Bijvoorbeeld in een gedicht voor Peter:

Sint wilde Peters nieuwbouwhuis weleens zien

Het leek haast wel netter dan dat van Paulien

# 2: Maak een structuur

Een Sinterklaasgedicht hoeft zeker geen meesterwerk te zijn qua structuur.

Maar wat wel helpt is een thema: een rode draad.

Met een goed thema is het veel makkelijker om je gedicht te schrijven. En je kunt er prima over brainstormen in de trein of tijdens een wandeling.

Een thema is bijvoorbeeld: Peter was vroeger een hippie, maar nu is hij burgerlijk.

#3: Wees concreet

Heb je een thema? Probeer dan anekdotes te bedenken die daarbij horen.

Kies er niet te veel. Lang inzoomen op één anekdote werkt meestal beter dan kort vijf anekdotes aanstippen.

Een anekdote is bijvoorbeeld: Peter belt een half uur met zijn vader over plinten.

#4: Maak je tekst en beeld

Maak je bij een Sinterklaasgedicht niet te druk over je schrijfstijl.

Dat mag de rest van het jaar. 😉

Heb je een passieve zin die rijmt? Go for it!

Een complexe, lange zin die grappig is? Lekker laten staan.

Het enige stijladvies dat geldt: ‘houd het bondig’. Een gedicht van drie pagina’s is mooi, maar komt lang niet altijd tot zijn recht. Zeker niet met rondlopende kinderen en wijn in de buurt.

Fijne pakjesavond, groet,

Arnaud

November 23, 2022

Wat je kunt leren van Mexico-Polen

Gisteravond stopte Guillermo Ochoa in de 57e minuut een penalty. Een schot van Robert Lewandowski in de rechter onderhoek.

Ik heb het over de wedstrijd Mexico-Polen, op het WK voetbal in Qatar.

Kan de redding van Ochoa je veel schelen?

De kans is groot van niet. Tenzij je uit Mexico of Polen komt. Of je op een andere manier met een van deze landen verbonden voelt. Of een weddenschap had lopen.

Mexico-Polen bevat een les over storytelling.

Om betrokken te raken – bij een voetbalwedstrijd of bij een verhaal – helpt het om een perspectief te kiezen. Bij een voetbalwedstrijd: het perspectief van een van de partijen.

Als je ‘voor iemand bent’ en meeleeft, wordt het veel interessanter.

Wat kun je hiermee in je eigen communicatie?

Ook daar kun je je de vraag stellen: Met wie moet het publiek meeleven?

Dit helpt vooral als je verhaal geen perspectief heeft of een veelvoud aan perspectieven heeft.

Kies bijvoorbeeld het perspectief van een klant, burger of medewerker. Of van een bedreigde plantensoort, een historisch gebouw of een enzym.

Zo voorkom je dat je verhaal op een willekeurige voetbalwedstrijd lijkt.

(Sorry Mexicanen en Polen.)

Groet,

Arnaud

November 16, 2022

Hallo, scannende lezer!

Geïnteresseerd, geconcentreerd, grondig.

Zo wil je het liefst dat mensen je tekst lezen.

Maar doen ze dat ook?

Helaas lang niet altijd.

De meeste mensen willen snel de essentie van een tekst achterhalen. Zodat ze kunnen zien of die voor hen relevant is.

Daarom zijn veel lezers scanners.

Niet alleen mensen die online een goedkope broodrooster zoeken. Ook mensen die projectvoorstellen, beleidsplannen en wetenschappelijke papers lezen.

Het is dus vaak slim om scanbaar te schrijven.

Hoe doe je dat?

Laten we er een voorbeeldtekst bij pakken.

Een scanner leest als eerste de kop (cijfer 1). Die is het belangrijkst.

Vervolgens kijkt een scanner naar tussenkoppen (cijfers 2).

Tot slot kijkt een scanner naar de eerste zin van elke alinea (cijfers 3). Ik heb deze in het voorbeeld vet gemaakt, zodat je ze snel herkent.

Alle andere zinnen hebben een lage status voor een scanner. Die leest hij pas als hij ergens meer over wil weten.

Om je tekst scanbaar te maken, zet je je belangrijkste boodschappen dus op de belangrijkste plekken: in de kop, in de tussenkoppen en in de eerste zinnen van je alinea’s. Zo weet je zeker dat je lezer die ziet.

O ja: deze mail zelf heb ik niet scanbaar geschreven, maar in conversational style.

Groet,

Arnaud

November 9, 2022

Een aap en een monster

Vandaag: inspiratie om je verhaal concreet te maken.

Van Tim Urban.

Misschien ken je hem van zijn filosofische blog Wait But Why.

Een van Urbans bekendste artikelen (en zijn TED Talk) gaat over uitstelgedrag. Om dat gedrag uit te leggen, introduceert hij drie personages in ons brein.

De rational decision maker tekent hij als een stick figure achter een groot roer. Dit personage is volwassen, het denkt aan wat redelijk is voor de lange termijn.

Urbans tweede personage is de instant gratification monkey. Die leeft in het nu en wil spelen. YouTube-video’s bekijken over diepzeewezens en de moeder van Justin Bieber.

Ook als er belangrijk werk te doen is.  

Tot er een deadline nadert, bijvoorbeeld voor een scriptie.

Dan doet een derde personage zijn intrede: het panic monster. Een enorm rood wezen dat ‘aaaaaahhhhh’ schreeuwt.

Het panic monster is bang voor de negatieve gevolgen van uitstelgedrag. Zoals een onvoldoende voor een scriptie.

Als het panic monster verschijnt, vlucht de instant gratification monkey een boom in. En kan de rational decision maker eindelijk geconcentreerd aan het werk.

Ik heb Urbans verhaal over uitstelgedrag jaren geleden gelezen. Maar ik herinner het me precies. Vooral doordat hij abstracte processen concreet maakt met grappige personages.

Daarom: inspiratie.

Groet,

Arnaud

November 2, 2022

Verkoop jij vis aan een koe?

Samenwerkingsverbanden in de zorg.

Daarover gaat Mario’s onderzoek.

Hij is geïnteresseerd in succesfactoren voor samenwerking tussen bijvoorbeeld wijkverpleegkundigen, huisartsen en medewerkers van ziekenhuizen.

Alleen heeft Mario een probleem.

Bijna niemand van deze mensen vult zijn vragenlijst in.

Wat te doen?

Soms klopt iemand zoals Mario bij ons aan voor advies. De verwachtingen van communicatie zijn dan hoog. Bijvoorbeeld: ‘Als ik goed communiceer, vullen ze mijn vragenlijst wél in.’

Dat klopt lang niet altijd.

Vergelijk het met vis verkopen aan een koe. Hoe overtuigend je ook communiceert: de koe zal waarschijnlijk geen vis van je kopen. Je zult haar iets anders moeten aanbieden (gras bijvoorbeeld) of een andere doelgroep moeten kiezen (denk eens aan een zeehond).

Iets dergelijks speelt misschien ook bij Mario.

Kost het bijvoorbeeld een half uur om zijn vragenlijst in te vullen? En stelt hij daar een VVV-bon tegenover?

Dan wordt het moeilijk om drukbezette huisartsen, transferverpleegkundigen of bestuurders over te halen.

Ook al zijn de vragen nog zo helder en is de begeleidende brief nog zo sterk.

Zie communicatie dus niet als wondermiddel, als iets wat losstaat van de inhoud.

En kijk eerst of die inhoud – je voorstel, product of vragenlijst – voldoende aansluit bij de wensen van je publiek.

Groet,

Arnaud

October 26, 2022

Het probleem met synoniemen

Wat te denken van synoniemen?

Die vraag mailde Simone me vorige week.

Voor de zekerheid: een synoniem is een woord dat (ongeveer) hetzelfde betekent als een ander woord.

Kaart is een synoniem voor plattegrond.

Mensen gebruiken vaak synoniemen om voor stilistische afwisseling te zorgen. Ze vrezen dat hun tekst anders repetitief en saai wordt.

Bijvoorbeeld:

Luka Jovic speelt niet langer voor Real MadridDe Koninklijke heeft de spits transfervrij laten vertrekken. Eerder verhuurde de Champions League-winnaar Jovic al een halfjaar aan Frankfurt.

Als voetballiefhebber zie je natuurlijk gelijk dat Real Madrid hetzelfde is als ‘de Koninklijke’ en ‘de Champions League-winnaar’.

Eitje.

Bij complexere onderwerpen is het lastiger om synoniemen te herkennen.

Bijvoorbeeld:

Bij Parkinson speelt alpha-synucleïne een belangrijke rol. Als moleculaire beveiligingsmechanismes falen, klonteren proteïnes in het brein samen. Onduidelijk is nog hoe eiwitten interacteren met αsyn-multimers en welke multimers betrokken zijn bij het vormen van de Lewy bodies.

Proteïne als synoniem voor eiwit. Dat lukt waarschijnlijk nog.

Αsyn herkennen als synoniem voor alpha-synucleïne vraagt al meer concentratie. En zonder voorkennis is niet te achterhalen dat een Lewy body een samenklontering alpha-synucleïne-eiwitten is.

Als het om jouw onderwerp gaat, herkennen mensen synoniemen waarschijnlijk ook niet altijd. En dan raken ze de draad kwijt.

Daarom: wees terughoudend met synoniemen.

Groet,

Arnaud

October 19, 2022

Mini-jubileum

Eind juni kreeg ik een mail van Roberto.

I’ve been receiving this kind of email for a long time now (maybe one and a half years?), and just wanted to thank you for the great tips.

These short posts are very interesting, quite useful and sometimes even funny (in the good sense). […] Keep it up!

(Ik stuur de tips ook in het Engels.)

Een enthousiaste reactie maakt me altijd blij.

Maar in Roberto’s reactie vond ik ook een specifieke passage interessant.

Maybe one and a half years…

Ik zocht eens op wanneer ik mijn eerste tip heb verstuurd: op 13 oktober 2021.

Aan de anderhalf jaar zit ik dus nog lang niet. 😉

Toch vind ik het leuk om deze week stil te staan bij mijn mini-jubileum: een jaar lang wekelijkse tips.

Ik gebruik dit moment graag om inspiratie te verzamelen voor nog een jaargang.

Daarom de vraag:

Is er een communicatieonderwerp waarover je graag een tip zou lezen?

Je kunt me gewoon mailen: a.bom@analytic-storytelling.com. Ik laat altijd wat van me horen.

Ik ben benieuwd!

Groet,

Arnaud

October 12, 2022

Heb je een plan?

Ben je weleens op kampeervakantie geweest met kinderen?

Ik wel.

Voordat je wegrijdt met een auto vol slaapzakken, opklapstoelen en opblaaskrokodillen zijn er heel wat stappen te zetten.

Een bestemming kiezen.

Uitzoeken wat er op de bestemming ongeveer te doen is.

Reserveren.

Een paklijst maken, de paklijst uitprinten. Een paar dagen van tevoren vast spullen van zolder halen. Ontbrekende items van de paklijst kopen (waarom zijn die hoofdlampjes alweer kwijt?).

Bij het inpakken van de auto beginnen met de grote spullen. Zoals de tent en de kinderwagen.

En dan vergeet ik nog een heleboel.

Als je niet ongeveer zo’n stappenplan volgt, wordt het niks.

Dan vergeet je de opklaptafel, past de kinderwagen niet meer in de auto en vertrek je een dag later dan je wilde.

Communiceren met storytelling is misschien niet zo moeilijk als een kampeervakantie. Dat laat ik graag in het midden.

Maar ook voor storytelling is het goed om een stappenplan te hebben.

Zodat je eindresultaat geen zooitje wordt. En zodat je maakproces zonder frustraties verloopt.

Ik heb een nieuwe pagina geschreven over zo’n stappenplan: de Analytic Storytelling-methode.

Check ‘m hier voor je op pad gaat.

Groet,

Arnaud

October 5, 2022

Dit is een muis

Januari 2016.

Mijn collega’s hadden een nieuw idee. Vanaf nu zouden we elke training beginnen met een tekening op de flip-over.

Centraal stond een poppetje: de trainingsdeelnemer.

Wat we daaromheen tekenden, hing af van de brainstorm over het publiek van onze deelnemers. Bijvoorbeeld subsidiegevers, mensen uit het bedrijfsleven, dokters, patiënten en leken.

Ik geef toe dat ik niet direct enthousiast was.

Ik ben namelijk absoluut geen tekentalent.

Met lichte stress oefende ik thuis op veelvoorkomende publieken.

Mijn patiënten zaten bijvoorbeeld standaard in een rolstoel, ook als ze een burn-out hadden.

En mijn leek was altijd op een verjaardag.

Tot mijn verbazing deden de meeste mensen alsof er niks met mijn tekeningen aan de hand was. Een enkeling maakte een grapje, maar dat kwam de sfeer alleen maar ten goede.

De belangrijkste les?

Jij bepaalt wat je tekening betekent. En daar gaat je publiek in mee.

Neem als voorbeeld een snelle krabbel als deze:

Als jij zegt dat dit een muis is, accepteert je publiek dit als muis. En herkent het de volgende krabbel die hierop lijkt als zodanig. Als jij zegt dat het een vergrootglas is, ook. 

Dus kan je net als ik niet tekenen?

Dat is geen geldig excuus om ervan af te zien.

Groet,

Arnaud

September 28, 2022

Breng eens een wasmachine mee

Heb je weleens een object gebruikt in een presentatie?

Als het antwoord ‘nee’ is, is het inspirerend om eens een presentatie van Hans Rosling te bekijken. Ik ken niemand die met meer charme objecten gebruikt.

In een van Roslings TED Talks staat een wasmachine centraal.

Letterlijk, op het podium.

Rosling – een Zweedse arts en statisticus op leeftijd – vertelt over de dag dat zijn moeder voor het eerst een wasmachine gebruikte.

Zijn oma was uitgenodigd voor dit evenement. Zij had haar leven lang handwassen gedaan voor zeven kinderen. Oma bleef vol bewondering naar de wasmachine staren tot het programma klaar was.

Roslings verhaal gaat over grotere onderwerpen dan wasmachines of zijn oma.

Hij wil het hebben over mondiale welvaartsverdeling, bevolkingsgroei, klimaatverandering, energiegebruik en geletterdheid. Van nu tot 2050.

Belangrijke, maar ook abstracte onderwerpen.

Met de wasmachine maakt hij zijn onderwerp concreet. En daardoor beeldend, begrijpelijk en interessant.

Zoek je zelf inspiratie voor een presentatie?

Kijk eens of je een object centraal kunt stellen. Een object kleiner en lichter dan een wasmachine werkt meestal ook. 😉

Groet,

Arnaud

September 21, 2022

Je bent een grappig knobbelzwijn

In storytelling zijn er een paar vaste rollen.

De belangrijkste is de held: de hoofdpersoon.

Daartegenover staat de schurk – de antagonist – die de hoofdpersoon tegenwerkt.

In The Lion King is bijvoorbeeld Simba de held. We ervaren het verhaal vanuit zijn perspectief en leven mee met zijn doelen en problemen.

Simba’s oom, Scar, is de schurk. Hij wil Simba vermoorden en zelf koning worden van het dierenrijk.

Een minder bekende rol is die van helper.

Dit is degene die de held op moeilijke momenten steunt of redt.

Simba heeft twee helpers: Timon het stokstaartje en Pumbaa het knobbelzwijn.

Als je storytelling gebruikt in je communicatie, is het goed om over deze rolverdeling na te denken. Het gevaar is namelijk dat je jezelf, je organisatie of je product de heldenrol toebedeelt.

Terwijl het beter werkt om je publiek die rol te geven. Je vertelt je verhaal dan bijvoorbeeld vanuit het perspectief van de klant, patiënt, medewerker, student of burger.

Zelf heb je zeker ook een rol, maar dat is die van helper. Degene die jouw publiek redt of ondersteunt.

Die rol is heel belangrijk. Maar Simba ben je niet.

Dus wen er maar aan. Je bent een grappig stokstaartje of knobbelzwijn.

Groet,

Arnaud

September 14, 2022

Is dit de hemel?

Een nummer van comedian Bo Burnham begint zo:

An open window

A novel, a couple holding hands

An avocado

A poem written in the sand

Fresh fallen snow on the ground

A golden retriever in a flower crown

Het lijken willekeurige, idyllische beelden. Pas in het refrein blijkt wat ze met elkaar te maken hebben.

Is this heaven?

Or is it just a white woman’s Instagram?

Ik ga hier wel goed op. 😉

Op social media tonen we vaak een geïdealiseerde werkelijkheid.

Je vertelt niet dat je golden retriever met modderpoten je bank heeft bevuild. Of dat je de concentratie niet meer hebt voor een dikke roman.

Ook professionals en organisaties presenteren meestal een geïdealiseerde versie van zichzelf. Ze laten zien hoe goed en succesvol ze zijn.

Werkt dat?

Lang niet altijd.

We zijn misschien onder de indruk van de witte vrouw op Instagram. Maar een sterke band met haar voelen we niet.

Om die reden is het interessant om niet alleen te communiceren over waar je goed in bent. Maar ook over je twijfels, problemen en tekortkomingen. Bijvoorbeeld in een presentatie.

Dat is spannend en het luistert nauw hoe je het inzet.

Als het je het zorgvuldig doet, ziet je publiek je niet als prutser. Maar als menselijk, betrouwbaar en sympathiek.

Groet,

Arnaud

September 7, 2022

Ik doe maar wat

Vraagje.

Heb je ooit les gehad over hoe je beelden maakt of kiest? Bijvoorbeeld voor de slides van een presentatie.

Voor de meeste kenniswerkers is het antwoord ‘nee’. Op de universiteit is beeld maken bijvoorbeeld zelden onderdeel van het curriculum.

Terwijl mensen later in hun werk bijna allemaal presentaties moeten geven.

Het gevolg?

Beeldstress. Beeldonzekerheid. Beeldschaamte.

Het gevoel: ik doe maar wat.

Op basis van intuïtie. Of op basis van wat anderen om me heen doen.

Herkenbaar?

Ik heb vandaag een artikel gepubliceerd dat handvatten geeft om bewust te kiezen tussen 4 typen beeld. Elk type beeld heeft eigen voor- en nadelen.

Het artikel helpt je bijvoorbeeld als je vaak hetzelfde type beelden gebruikt. Bijvoorbeeld als 80% van je slides datavisualisaties of schema’s van celstructuren bevat.

Het artikel helpt je ook als je weinig beelden gebruikt. Bijvoorbeeld als 80% van je slides bestaat uit bullets met tekst.

Benieuwd? Lees ‘m hier!

Groet,

Arnaud

August 31, 2022

Hoe bedenk je een metafoor?

Een populairwetenschappelijk artikel begint zo:

[…] imagine a company of drunken students who wander in the streets, and whenever they come to an intersection one of them just spins around and they all go down the path that ends up being in front of the spinning student’s eyes.

De auteur, Oliver Nagy, maakt zo het wiskundige begrip ‘toevalsbeweging’ concreet. Dat is een willekeurige route in een netwerk. Toevalsbeweging wordt onder meer gebruikt om aandelenkoersen en de verspreiding van pollen te beschrijven.

Is jouw onderwerp ook abstract en communiceer je met een breed publiek?

Dan helpt een concrete metafoor enorm.

Alleen: hoe verzin je die?

Meestal helpt het om eerst het onderliggende idee te verwoorden.

In Olivers geval: opeenvolgende, willekeurige bewegingen op knooppunten.

Vervolgens brainstorm je over waar je dat idee in een bekende, zintuigelijke setting tegenkomt.

Straten en kruispunten maken het netwerk op een logische manier fysiek. En dronken dwalen is een mooie verbeelding van willekeurige bewegingen.

Door de metafoor kan Oliver later snel uitleggen wat distribution is (plekken waar de studenten kunnen zijn en de kans dat ze zich daar inderdaad bevinden) en mixing time (de tijd die verstrijkt totdat het voor de distribution niet meer uitmaakt wat het beginpunt – de pub – was).

Well done!

Groet,

Arnaud

PS Oliver schreef zijn artikel in een workshop van mijn collega Marieke voor The Network Pages. Heb je interesse in zo’n schrijfworkshop voor jouw organisatie? Mail ons vooral.

PPS Olivers artikel is bedoeld voor mensen met basiskennis van wiskunde.

July 7, 2022

Lofzang op je shitty first draft

Ben je perfectionistisch?

Als je schrijft, is perfectionisme zowel een zegen als een vloek.

Een zegen omdat je tekst beter wordt als je rigoureus formuleringen aanscherpt en fouten opspoort.

Een vloek omdat perfectionisme het begin van je schrijfproces vaak frustreert.

Het begin van een schrijfproces is namelijk bijna altijd rommelig. Voor een perfectionist is dat moeilijk te accepteren. Het gevolg kan zijn dat je niet of pas laat aan een tekst begint.

Daarom vandaag in het zonnetje: de shitty first draft (SFD).

Als je jezelf een SFD toestaat, las je bewust een fase van imperfectie in.

Je schrijft in die fase alleen om denklijnen en formuleringen te verkennen.

Niemand kijkt mee.

Niemand levert kritiek als je gedachten kinderlijk, je alinea’s rommelig of je zinnen clichématig zijn.

Je schrijft gewoon. Bij voorkeur in een flink tempo.

Is je SFD af?

Dan neem je wat afstand van je tekst en begin je aan de volgende schrijffase. Je maakt dan bijvoorbeeld een nieuwe structuuropzet (bulletlist). Of je start met een nieuwe versie waarin je een geslaagde passage overneemt.

Met de shitty first draft creëer je een eerste, laagdrempelige stap in je schrijfproces. Zodat je makkelijker aan je tekst begint.

Groet,

Arnaud

 

PS Het idee van de shitty first draft komt uit het boek Bird by Bird van schrijver Anne Lamott.

PPS Vanwege de vakantie stuur ik je de komende vier weken even geen tips. Tot eind augustus!

July 20, 2022

Meer dan een *$&#ing shitload

China produceert jaarlijks 56.432.811 ton tomaten.

Wat zie je voor je bij deze zin?

En was dat anders geweest bij 28.216.405 ton tomaten?

Een verschil van 50% is enorm. Toch ervaart ons brein dat bij grote getallen niet noodzakelijk zo.

Een aflevering van het programma Bullshit! legt dit mooi uit.

Penn, een gezette Amerikaan in pak, staat voor een tafel. Op die tafel staan bekers met chocoladesnoepjes: N&N’s.

Van zijn producent mag hij geen merknaam noemen.

In de eerste bekers zitten 1, 2, 3 en 4 N&N’s. Penn eet ze op en legt uit dat hij dit goed begrijpt. 3 is 3 keer zoveel als 1. Maar het stelt alsnog weinig voor.

5 tot 8 N&N’s is al beter: dat noemt hij ‘a few’. En 10 tot 30 N&N’s zijn ‘a bunch’.

Van veel dingen wil Penn wel ‘a bunch’ eten.

Vervolgens komen we bij ‘a lot’ (10 bunches). En daarna is het gewoon heel veel. An assload, a shitload, et cetera.

Op tafel staat een beker met 2347 N&N’s. Penn legt uit wat dat voor zijn ‘monkey brain’ betekent: ‘more than a mother*$&#ing shitload’.

Communiceer je zelf weleens over grote getallen?

Kijk of je ze relatief kunt maken. Of dat je ze kunt relateren aan iets wat je publiek wel voor zich ziet.

Bijvoorbeeld:

Facebook heeft 2,9 miljard gebruikers. Ongeveer een derde van de wereldbevolking logt maandelijks in. Als Facebook een land was geweest had het de meeste inwoners ter wereld.

Groet,

Arnaud

July 12, 2022

A heeft te maken met B

Tot begin 2020 gaf ik trainingen in zaaltjes.

Met naambordjes en flip-overs. Met koffiekannen en broodjes kaas als lunch.

Ik kan het me bijna niet meer voorstellen.

Sinds corona zie ik vooral nog trainingsdeelnemers via Zoom en Teams.

Dat heeft nadelen, maar niet alleen…

In online sessies ben ik namelijk één communicatietechniek veel vaker gaan bespreken En dat pakte zo goed uit dat ik dacht: waarom heb ik dit niet eerder gedaan?

De techniek heet ‘rijgen’.

Als je rijgt, verbind je een term die je introduceert aan een term die je al hebt gebruikt.

Bijvoorbeeld:

  • Als je ouder wordt, gaat je werkgeheugen achteruit.
  • Dat werkgeheugen gaat achteruit als bepaalde breincircuits minder goed zijn verbonden.
  • Dat deze circuits minder goed verbonden zijn, komt door problemen met twee zogeheten theta-interacties.

A heeft te maken met B, B met C, C met D. Et cetera.

Op een shared screen gebruik ik kleuren om op deze manier een tekst of een bulletlist te analyseren. Op een flip-over heb je toch minder snel een hele lap tekst paraat.

Rijgen is een simpele techniek, maar vaak verbetert het de flow en de begrijpelijkheid van een verhaal enorm.

Dus: rijg!

Groet,

Arnaud

PS Meer weten over rijgen? Ik schreef er dit artikel over.

July 6, 2022

Een uur brainstormen over twee woorden

Een uur brainstormen over twee woorden

Een tijdje geleden sprak ik Renske.

En Renske maakte een prikkelende opmerking over titels.

‘Over een aansprekende titel kun je zo een uur brainstormen. Ook al bestaat een titel maar uit een paar woorden.’

Oké, even een stapje terug.

Wie is Renske?

Renske is docent-onderzoeker aan de Hogeschool Utrecht. Haar onderwerp is ‘jeugd’.

Voor een nieuwe website schakelde ze mijn collega Priscilla in.

De website beschrijft negen werkvormen. En die werkvormen hebben titels.

Twee van de oorspronkelijke titels waren ‘Triadegesprek’ en ‘Multiactorintervisie’.

Die titels leidden tot alarmerende reacties.

‘Hè, wat bedoel je?’ ‘Als je mensen wil werven moet je écht een andere naam verzinnen.’

Daarom besloot Renske dat het anders moest. En dat dat tijd mocht kosten.

Bedenk je zelf weleens titels? Bijvoorbeeld voor je rapport, je presentatie of je project?

Investeer tijd, brainstorm, bedenk alternatieven en check ze bij je doelgroep.

Net als Renske.

Groet,

Arnaud

PS Hieronder lees je het hele gesprek met Renske. De communicatielessen die ze tijdens het project leerde, gaan bijvoorbeeld over omgaan met een brede doelgroep, calls to action formuleren en informeel schrijven. En je leest wat de nieuwe titels zijn geworden. 😉

PPS Wil je net als Renske met ons werken in jouw communicatieproject? Laat een bericht achter op onze website!


Wennen aan een informele schrijfstijl

Communicatielessen van Renske Schamhart

Hoe spreek je veel verschillende mensen tegelijk aan? Dat was een van de belangrijkste vragen in het project ‘Leer mee in het jeugddomein’. Docent-onderzoeker Renske Schamhart, van de Hogeschool Utrecht (HU), wilde op een website werkvormen delen met ‘het hele jeugddomein’. Dat domein strekt zich uit van crèche tot buurtteam en van hogeschool tot jeugdgevangenis.

Zes personages als doelgroep

In het project was snel duidelijk dat de website zes doelgroepen heeft: jongeren, ouders, onderzoekers, professionals zoals jeugdzorgwerkers, en docenten en studenten van opleidingen zoals pedagogiek en Social Work.

Renske: ‘Op de website hebben we elke doelgroep een eigen kleur en ‘personage’ gegeven. Het personage van de ouder is bijvoorbeeld een vader met een baby in een draagzak. De kleur die daarbij hoort is rood. Als je op een personage klikt, zie je de werkvormen die voor die doelgroep interessant zijn. Je kunt dus vanuit je eigen perspectief door de site klikken.’

Wat valt er voor mij te halen?

Als bezoekers alleen rondklikken is dat niet genoeg: ze moeten ook iets met de werkvormen gaan doen. En daarvoor moeten ze voldoende motivatie hebben.

Renske: ‘Op de website hebben we niet alleen beschreven wat de werkvorm inhoudt, maar ook wat hij oplevert. Alleen: dat verschilt per doelgroep. Een docent haalt niet hetzelfde uit een werkvorm als een professional. Daarom hebben we vanuit het perspectief van elke doelgroep dezelfde vraag beantwoord: What’s in it for me?

Een vraag die daarmee samenhangt is hoe het publiek precies met de werkvormen aan de slag moet. Renske: ‘Door gesprekken met Priscilla ben ik daarover veel meer gaan nadenken. We wilden een duidelijke call to action opnemen, niet alleen informeren. Op het eerste gezicht lijkt de call to action wel duidelijk: kies je werkvorm en ga ermee aan de slag. Maar een student kan dat bijvoorbeeld niet op eigen initiatief doen. Die haakt aan bij een docent of bij iemand van een netwerk die een werkvorm organiseert. Je hebt moet dus per subgroep kijken hoe je die helpt aan de slag te gaan.’

Weg van ‘hbo-waardig’

De stijl van de teksten op de website is informeel: korte zinnen en toegankelijke taal. Sommige zinnen zijn bovendien onvolledig. Zo’n zin begint bijvoorbeeld met ‘en’. Als je de teksten leest, is het bijna alsof er iemand tegen je praat. Omdat Renske dagelijks in het hbo werkt, was die informele stijl voor haar wel wennen.

Renske: ‘Ik ben getraind om ‘hbo-waardig’ te schrijven, met volledige zinnen. Als studenten spreektaal gebruiken, corrigeer ik ze. Ik moest dus wennen aan dat informele, maar ik hou er ook van en heb er veel van geleerd. Bovendien krijgen we enthousiaste reacties op de teksten.’

Door het project ging Renske ook nadenken over communicatiemiddelen in de hogeschool, zoals PowerPointpresentaties en studiehandleidingen. ‘Onze communicatiemiddelen zijn hbo-waardig, maar wel vaak saai. Er is veel winst te halen als we die meer afstemmen op de belevingswereld van studenten.’

Titels en beeld versterken elkaar

Elke werkvorm heeft een eigen titel. Voor Renske werd het belang van een aansprekende titel in het project steeds duidelijker.

Renske: ‘Twee van de oorspronkelijke werkvormtitels waren ‘Triadegesprek’ en ‘Multiactorintervisie’. Daarop kregen we alarmerende reacties. ‘Hè, wat bedoel je?’ ‘Moeilijk woord.’ ‘Als je mensen wil werven moet je écht een andere naam verzinnen.’ Door die opmerkingen besefte ik dat we meer aandacht moesten besteden aan titels. Ook al bestaat een titel maar uit een paar woorden. Uiteindelijk werden de nieuwe titels ‘Driedubbele winst’ en ‘Intervisie buiten je bubbel’.

Renske wijst ook op de wisselwerking tussen titel en beeld. ‘Elke werkvorm heeft een eigen beeld. Als er een goede titel was, werd het makkelijker om dat beeld te bedenken. Dat gold bijvoorbeeld voor ‘Intervisie buiten je bubbel’. Op het beeld bij die werkvorm daarbij prikken vier mensen elkaars zeepbel door. Daar kom je niet snel op met ‘Multiactorintervisie’.’

Een hoop werk, maar dan heb je ook wat

Gevraagd naar een laatste les, reflecteert Renske op de tijdsinvestering. ‘Besef dat zo’n project arbeidsintensief is: ook als opdrachtgever. Als je het zorgvuldig wil doen, moet je over veel keuzes nadenken, en alles wat je maakt checken bij je doelgroepen. Maar dan krijg je er wel iets heel moois voor terug!’

 

June 29, 2022

Het nadeel van een gratis audiotour

Fleur werkt voor een groot museum.

Ze heeft een plan om de bezoekerswaarderingen te verbeteren. Namelijk: gratis audiotours bij elke tentoonstelling.

Want bezoekers die een audiotour volgen waarderen een tentoonstelling gemiddeld 0,6 punt hoger dan andere bezoekers. En als de audiotour gratis is, wordt die meer gebruikt.

Weinig tegenin te brengen, toch?

Helaas ziet Fleurs publiek – de directie van het museum – dat waarschijnlijk anders.

Zelf denk je meestal vooral aan de voordelen van jouw plan. Terwijl je publiek eerder denkt aan de risico’s. Je publiek heeft namelijk status quo bias: het geeft er onbewust de voorkeur aan om dingen te laten zoals ze zijn.

De status quo is immers bekend en ‘veilig’. Ondanks de imperfecties.

Als je voorstelt om de status quo te veranderen, weet je publiek niet meer wat het krijgt. Zo’n voorstel leidt daarom tot bedenkingen.

Zijn de data wel solide?

Kan het financieel uit?

Wat betekent dit voor baliemedewerkers?

Hebben we genoeg apparatuur?

Kan dit bij elke expositie?

Als Fleur zulke bezwaren adresseert en wegneemt, wordt haar verhaal overtuigender.

Heb je net als Fleur een plan waar je in gelooft?

Gebruik je enthousiasme in je communicatie. Maar neem ook de status quo bias daarbij mee.

Groet,

Arnaud

June 22, 2022

Storytelling: wat is dat eigenlijk?

De organisatie waarvoor ik werk heeft ‘storytelling’ in de naam.

Ik geef trainingen over storytelling. Ik adviseer over storytelling. Ik doe uitvoerend storytellingwerk.

Je zou dus verwachten dat ik precies weet wat dat is: storytelling.

Is dat ook zo?

Natuurlijk heb ik een beeld bij de term. Maar ik moet toegeven dat ik dat niet een-twee-drie kon beschrijven. En dat wilde ik wel voor een nieuwe pagina op onze website.

Het punt is: mensen gebruiken de term ‘storytelling’ op uiteenlopende manieren.

Storytelling in een presentatie kan betrekking hebben op (persoonlijke) anekdotes en emoties.

Bij (corporate) storytelling in bedrijven gaat het vaak over betekenis en de ‘why’.

Met storytelling in rapporten en wetenschappelijke papers wordt meestal een ‘narratieve’ structuur bedoeld.

Raak je ook weleens in de war van de term ‘storytelling’? Op onze pagina ‘Wat is storytelling?’ heb ik storytelling ontleed in drie hoofdingrediënten.

Zodat je snel kunt zien of het iets voor jou is. En ideeën krijgt voor hoe je het kunt toepassen.

Benieuwd?

Bekijk de pagina hier.

Groet,

Arnaud

 

PS Check vooral ook de mooi visualisaties. Met dank aan mijn collega Priscilla!

June 15, 2022

I Have a Dream in PowerPoint

Is er iets mis met PowerPoint?

Het programma heeft in elk geval een dubieuze reputatie.

Zo is er de uitdrukking death by PowerPoint. Die treedt op als je in een muf zaaltje luistert naar iemand die monotoon slides voorleest vol saaie walls of text.

Zwitserland heeft zelfs een Anti PowerPoint Partij. Het doel van de APPP is om via een referendum PowerPoint te verbieden.

Volgens de partij leidt PowerPoint in 95% van de gevallen tot slechtere presentaties. Met grote economische schade tot gevolg. (De oplossing? Flip-overs.)

Een derde en laatste voorbeeld van de weerstand die PowerPoint oproept komt uit België. Van de cabaretier Arnout (sic) van den Bossche.

In een sketch toont hij een PowerPointversie van Martin Luther Kings I Have a Dream-speech. Inclusief agenda, onnavolgbare staafdiagrammen in 3D, ronddraaiende tekst, bewegende pijlen en actieplan.

Erg grappig.

Volgens Van den Bossche haalt PowerPoint de ziel uit een presentatie. Omdat mensen beginnen bij de techniek en niet bij het verhaal.

Is PowerPoint daarmee intrinsiek slecht?

Ik denk van niet. Zelf werk ik er eigenlijk best graag mee.

Als je de valkuilen kent en omzeilt, is PowerPoint een prima gereedschap.

Doe je dat niet, dan verandert het in een moordwapen.

Groet,

Arnaud

June 8, 2022

De ware aard van de Smurf

Blauwe kabouters met een witte broek en een slappe puntmuts.

Smurfen lijken misschien onschuldige wezens.

Maar niets is minder waar.

In een boek uit 2011 toont de Franse politicoloog Antoine Buéno de ware aard van dit volkje.

De kern? Smurfen zijn totalitaire racisten. Een soort nazi’s.

Allereerst hebben de smurfen een dictatoriale leider: Grote Smurf. Aan hem moeten zij hun eigendommen afstaan.

Dan heeft Smurfin ook nog blond haar. Een duidelijke verwijzing naar het Arische schoonheidsideaal.

Tot slot is daar Gargamel, de gemene vijand van de Smurfen. Wie zijn uiterlijk bestudeert, ziet een stereotype Jood. En waarom heet zijn kat anders Azraël?

Of Buéno gelijk heeft, daar wil ik mijn vingers niet aan branden. Zelf had ik in ieder geval nog nooit zo naar de Smurfen gekeken. 😉

Een stelling die ik wél aandurf, is dat je op moet passen voor Smurfen in je teksten. Om precies te zijn: voor smurfwoorden.

Smurfwoorden zijn generieke woorden die eigenlijk alles kunnen betekenen. Ze maken je tekst abstract. Bekende voorbeelden zijn ‘realiseren’ en ‘faciliteren’.

Probeer voor dat soort woorden een alternatief te smurfen.

Groet,

Arnaud

June 1, 2022

De naam van de CEO

Het huisvrouwensyndroom.

In 1963 schreef Betty Friedan er voor het eerst over.

Als vrouwen trouwden of zwanger werden, eindigde destijds meestal hun carrière. En vaak niet omdat ze dat wilden.

Het onvrijwillige huisvrouwenbestaan leidde tot problemen.

Eenzaamheid, sleur, ontevredenheid. Het gevoel geen deel uit te maken van de maatschappij. En soms zelfs alcoholisme, depressie of zelfmoord.

Nu, in 2022, is dat anders.

Toch?

Inderdaad is er sinds 1963 veel veranderd. Maar om nou te zeggen dat de kansen op de werkvloer voor beide seksen gelijk zijn…

Van de CEO’s van Nederlandse beursgenoteerde bedrijven is bijvoorbeeld maar 4,8% vrouw. Reden genoeg dus om aandacht te blijven vragen voor seksegelijkheid.

Recent werd daarbij een opmerkelijk feit ingezet als communicatiewapen.

Nederlandse beursgenoteerde bedrijven hebben meer CEO’s die Peter heten dan CEO’s die vrouw zijn.

Dit kleine feit is zo krachtig omdat het specifiek is. Het gaat niet over 4,8%, maar over één naam. En daardoor roept het direct beelden en emoties op.

Het werd dan ook snel opgepikt door de media. En rond Internationale Vrouwendag veranderden veel Nederlandse vrouwen hun voornaam op LinkedIn in ‘Peter’. Als speelse reminder.

Wil je dat jouw boodschap ook blijft plakken?

Wees alert op specifieke feiten.

Groet,

Arnaud

May 25, 2022

Metalen monster

Duel is een van Steven Spielbergs eerste films.

De hoofdpersoon, zakenman David Mann, rijdt in een kleine, rode auto door een verlaten landschap. Het is heet.

Mann komt een enorme, bruine truck tegen. Hij haalt die in.

Even later ziet hij in zijn achteruitkijkspiegel dat de truck aan zijn bumper kleeft. Mann wuift en laat hem passeren.

De truck snijdt hem af. Maar daarna lijkt het of er niks is gebeurd.

Mann stopt om te tanken. De truck stopt ook. Mann rijdt weer door en de truck kleeft opnieuw aan zijn bumper. Ook als Mann zijn snelheid opvoert tot grote hoogte.

Even weet Mann de truck af te schudden. Maar telkens duikt het dreigende, metalen monster weer op. Het wordt steeds duidelijker wat hij wil: Mann vermoorden.

Aan het eind van het duel – spoileralert – staan de twee voertuigen tegenover elkaar op een doodlopende weg. De vrachtwagen komt op Mann af. Mann zet de koffer op zijn gaspedaal en springt uit de auto.

Na een botsing rolt de truck een ravijn in.

Als kijker voel je niets dan opluchting.

Duel is simpele, maar pure storytelling.

We leren een hoofdpersoon kennen waarmee we ons identificeren. Die hoofdpersoon krijgt een probleem. En aan het eind wordt dat probleem overwonnen.

Als je goed kijkt, zie je deze structuur in veel films terug.

En je kunt hem ook gebruiken om de communicatie over je werk interessanter te maken. Al klinkt dat misschien vergezocht.

Hoe?

Check onze pagina over de SCQA-structuur.

Groet,

Arnaud

May 18, 2022

Ze verleiden de mamils

In Ouderkerk aan de Amstel zijn ze geen fan van wielrenners.

Zo stel ik me dat in ieder geval voor.

Het dorpje ligt ten zuiden van Amsterdam en ontsluit een prachtig fietsgebied. Met daarin de beroemde ‘Ronde Hoep’.

Op een zonnige zondag fietsen duizenden wielrenners door Ouderkerk, op weg naar polders en slootjes.

De meesten zijn mamils: middle-aged men in lycra.

Tot voor kort kon je op zo’n zomerdag niet veilig door de smalle Dorpsstraat van Ouderkerk lopen. Want links en rechts raceten de mamils je voorbij.

Maar nu heeft de gemeente iets slims bedacht. Een sympathiek bord om wielrenners te verleiden tot omfietsen. En de Dorpsstraat te vermijden.

Dit is het bord:

Dit bord is slim omdat het de taal van de doelgroep spreekt.

KOM staat onder wielrenners voor King of the Mountain. In de sportapp Strava heb je de KOM als je de snelste bent op een segment. Ook op het vlakke.

Ook ik ben een mamil.

Als ik het KOM-bordje zie, moet ik glimlachen. En ik ben meer dan bereid om mijn route te verleggen.

Wil je zelf dat je doelgroep welwillender wordt en je beter begrijpt?

Spreek haar taal, gebruik haar woorden.

Groet,

Arnaud

May 11, 2022

Stel dat een groen mannetje…

‘Suppose a little green man…’

Stephen Hawking schreef deze zin ooit in een wetenschappelijk paper.

De speelse formulering overleefde de redactieronde niet. Een redacteur dwong hem het te veranderen in ‘Suppose an observer…’

Deze anekdote kwam ik tegen tijdens mijn research voor een artikel over academisch schrijven. Of hij waar is kon ik niet achterhalen.

In mijn research stuitte ik op meer kleine grappen van wetenschappers.

Destijds heb ik ze niet in het artikel verwerkt. Maar vandaag deel ik er graag een paar met je.

Wetenschappers hebben bijvoorbeeld ruimte voor humor in de titels van papers:

NOX, NOX Who is There?

An In-Depth Analysis of a Piece of Shit: Distribution of Schistosoma mansoni and Hookworm Eggs in Human Stool

Allebei echt gepubliceerd.

Ook namen van nieuwe dier- of plantensoorten bevatten soms een grap.

Zo heet een mijt Darthvaderum. En een paddenstoel Spongiforma squarepantsii. Beide vanwege hun vorm.

De soortnamen komen uit een artikel van bioloog Stephen B. Heard. Heard schreef ook een Scientist’s Guide to Writing.

Hij pleit ervoor om vaker touches of whimsy, humanity, humour, and beauty in papers op te nemen. Uiteraard zolang dat de duidelijkheid niet in de weg staat.

Groet,

Arnaud

May 4, 2022

Hoe creëer je een groep?

Je gaat naar de supermarkt voor negen boodschappen.

Aardbeien, broccoli, boter, frambozen, kiwi, komkommer, melk, tomaten en witbrood.

Maar: je mag geen lijstje maken.

Negen boodschappen onthouden is veel voor je brein. Dus is het handig om groepen te creëren. Categorieën, clusters, silo’s…

Alleen: hoe maak je logische groepen? Niet alleen voor je boodschappen, maar ook voor structuurpuzzels op je werk?

Een tool die hierbij helpt is MECE: Mutually Exclusive, Collectively Exhaustive.

De groepen ‘zuivel’, ‘fruit’ en ‘groen’ zijn bijvoorbeeld niet MECE. Want ‘fruit’ en ‘groen’ sluiten elkaar niet uit. Vraag maar aan de kiwi.

De groepen ‘zuivel’, ‘fruit’ en ‘groente’ zijn ook niet MECE. Witbrood past namelijk in geen van deze groepen.

Wat is dan wel MECE?

Bijvoorbeeld de groepen ‘rood’, ‘groen’ en ‘wit’. Althans: voor deze verzameling boodschappen.

In je werk kun je MECE gebruiken om data of argumenten te analyseren, grip te krijgen op complexe vraagstukken of een hoofdstukindeling te maken.

Daarom zijn consultants er gek op.

Groet,

Arnaud

April 28, 2022

Het probleem dat template heet

Stel je voor dat ik zo een presentatie begin:

Ik ben Arnaud van Analytic Storytelling.

Vandaag ga ik het hebben over templates.

Ik werk trouwens bij Analytic Storytelling.

Een template is een standaardopmaak voor slides. Vaak met een organisatielogo en vaste kleuren.

Ik werk bij Analytic Storytelling.

Klinkt absurd?

Volgens communicatie-expert Jean-luc Doumont (aanrader!) doen veel mensen in presentaties iets wat hierop lijkt. Misschien doe jij het ook wel, zonder dat je het weet.

Niemand zegt natuurlijk letterlijk na elke zin zijn naam.

Maar mensen gebruiken wel op elke slide een template.

Het template van de Kennesaw State University (Georgia) ziet er bijvoorbeeld zo uit:

Het gaat me er niet om de Kennesaw State University te bashen. Want bijna elke organisatie heeft een template zoals dit.

Als je aan een presentatie werkt, voelt een template misschien wel prettig.

Er staat nog niks op je slide. En toch oogt die al professioneel.

Jean-luc Doumont denkt heel anders over templates.

Volgens hem moet alles op een slide bijdragen aan de boodschap. Alles wat dat niet doet, is ruis. En ruis maakt je boodschap minder duidelijk.

Doumonts eigen slides zijn heel minimalistisch. Zelf ben ik iets minder radicaal.

Maar je template door zijn ogen bekijken is wel prikkelend.

Groet,

Arnaud

April 20, 2022

Door aapjes 🐒🐒

Uw maandelijkse internetkosten worden verhoogd. Door aapjes.  

Wat heeft deze zin met goed communiceren te maken?

Een van de belangrijkste schrijfadviezen is om actief te formuleren. En om passieve zinnen te vermijden.

Een voorbeeld van een actieve zin is ‘Josef kookt de spaghetti’. De passieve tegenhanger is ‘De spaghetti wordt gekookt’.

Een actieve zin is directer en beeldender: hij schetst het hele plaatje. Actieve zinnen zijn daarom meestal duidelijker, aantrekkelijker en makkelijker om te lezen.

Als je actief wilt schrijven, is het belangrijk dat je passieve zinnen direct herkent.

Dat kan door te letten op de hulpwerkwoorden ‘worden’ en ‘zijn’. Er wordt gekookt, er is besloten, internetkosten worden verhoogd…

Maar stop – er is een veel leukere manier.

Kijk of je achter een zin ‘door aapjes’ kunt plaatsen. Kan dat? Dan is de zin waarschijnlijk passief.

Groet,

Arnaud

 

PS  De aapjes-truc komt van de website van Monzo. Het kan trouwens ook met zombies, als je daar de voorkeur aan geeft.

April 13, 2022

Bloed en melk

Op de middelbare school ben ik een keer flauwgevallen.

Tijdens aardrijkskunde, op mijn schooltafeltje.

De les ging over de Masai, een nomadenvolk in Oost-Afrika. Een traditie van de Masai is aderlaten.

Daarbij selecteert een Masai een koe uit zijn kudde. Hij bindt de hals af met een riem. Met pijl en boog schiet hij in de hals, zodat de koe gaat bloeden. Het bloed vangt hij op in een kalebas.

Als er zo’n halve liter in de kalebas zit, knijpt de Masai de wond dicht. Daardoor stopt het bloeden. De Masai doet melk bij het bloed en drinkt het op.

Ik had een leraar die heel beeldend kon vertellen. En ik kon niet tegen bloed.

Voordat de melk erbij kwam, zakte mijn hoofd weg op het tafelblad.

Deze anekdote laat zien hoe sterk het effect van een goed verhaal is. Je wordt een wereld ingetrokken en hebt een emotionele reactie op wat je voor je ziet. En soms zelfs een fysieke. 😉

Waarschijnlijk heb je liever niet dat je publiek flauwvalt.

Maar om je boodschap over te brengen helpt emotionele betrokkenheid enorm. Die betrokkenheid bereik je met een beeldende beschrijving vol zintuiglijke details. Met bloed en melk.

Groet,

Arnaud

April 6, 2022

Wat is de brand?

Vandaag een kleine oefening.

In storytelling draait het vaak om een tegenstelling. De tegenstelling tussen probleem en oplossing, tussen voor en na.

De tegenstelling creëert spanning: we zijn nog niet waar we willen zijn.

Soms werk je al zo lang aan een onderwerp, dat je de tegenstelling vergeet. Je hebt het probleemdeel niet meer scherp. En je vergeet het dus te vertellen.

Je communiceert dan alleen over de oplossing: jouw advies, voorstel, onderzoek, beleid of product.

Daarom als oefening: zoek bij iedere oplossing hieronder het bijbehorende probleem. En neem minstens een halve minuut om het probleem te beschrijven.

Een voorbeeld om erin te komen.

Is de oplossing ‘brandweermannen’? Vertel dan dat er jaarlijks meer dan 66.000 woningbranden zijn. In zo’n 50 gevallen met een dodelijk slachtoffer. En met ieder jaar 800 mensen met zeer ernstige brandwonden. Dat leidt vaak tot jarenlange trauma’s. De gemiddelde financiële schade per brand is bijna € 21.000. Et cetera.

Beschrijf details, cijfers, gevolgen en de bijbehorende emoties.

Klaar?

Daar gaan we:

Tandenpoetsen

Een achteruitrijcamera voor je auto

Een website met medische informatie die is gecontroleerd door specialisten

Een campagne voor begrijpelijke taal bij de overheid

Een keurmerk voor fair fashion

Succes!

Groet,

Arnaud

 

March 30, 2022

Hoe overtuig je een scepticus?

In trainingen stellen deelnemers soms lastige vragen.

Dat vind ik leuk.

Een van de lastigste is: hoe overtuig je iemand die het fundamenteel met je oneens is?

Bijvoorbeeld iemand die niet in klimaatverandering gelooft. Terwijl jouw verhaal over warmtepompen gaat.

Of iemand die denkt dat 5G-masten gevaarlijke straling uitzenden. Terwijl daar geen enkel bewijs voor is.

En dan hebben we het nog niet eens over corona.

Een actuele vraag dus…

Mijn antwoord?

Het is moeilijk. Soms is het onmogelijk. Maar niet altijd.

Het belangrijkste is dat je écht vertrekt vanuit de wereld, de kennis en de waarden van je publiek.

Het mooiste voorbeeld dat ik ken, staat in het boek Made to Stick: over een campagne tegen het zwerfafvalprobleem in Texas.

Hoe overtuig je de stereotype jonge, mannelijke Texaan die weleens wat laat slingeren?

Die Texaan heeft een pick-uptruck en maalt niet om zeehondjes. Hij is trots en onafhankelijk en laat zich door niemand vertellen dat hij zijn troep moet opruimen. Dat bepaalt hij zelf wel!

De borden met Please no litter hadden weinig effect. 😉

In de campagne werd de Texaanse trots uiteindelijk het doorslaggevende aanknopingspunt.

Zo kwam er een spotje op tv met een stoere, beroemde Texaanse honkballer die met een fastball afval in de vuilnisbak werpt.

De slogan? Don’t mess with Texas!

Pretty good.

Groet,

Arnaud

March 23, 2022

Is een vraagteken in je titel een goed idee?

Vandaag heb ik iets grappigs voor je.

Het heet: Betteridge’s Law of Headlines.

Betteridge’s Law stelt dat je elke headline – een krantenkop of een titel – die is geformuleerd als een ja/nee-vraag, kunt beantwoorden met ‘nee’.

Proberen?

Is dit het nieuwe medicijn tegen AIDS?

Nee.

Is Algerije het walhalla voor hernieuwbare energie?

Nee.

Nemen cryptovaluta de wereld over?

Nee.

Als het antwoord ‘ja’ zou zijn, zou de krantenkop anders zijn. Dat is het idee achter Betteridge’s Law.

Een journalist zet maar wat graag in de kop dat er een medicijn tegen AIDS is gevonden.

Koppen met een vraag hebben daarom een slechte reputatie. Een reputatie van overselling en sensatiedrang.

Sinds ik Betteridge’s Law ken, is het lastig om koppen en titels met een vraag nog neutraal te lezen.

Meer voorbeelden? Er is een speciale Betteridge’s Law-website met een uitgebreide verzameling.

Groet,

Arnaud

March 15, 2022

Een vééééél betere slide (in een paar minuten)

De tip van vandaag heeft maar vier woorden.

Gebruik The Noun Project.

Echt.

Gebruik het voor je presentaties. En voor je infographics en graphical abstracts, als je die maakt.

Wat is het?

The Noun Project is een database met iconen gemaakt door grafisch ontwerpers.

Je kunt voor zo’n beetje alles een icoon vinden. Er zijn er meer dan 3 miljoen.

Proberen?

Laten we als voorbeeld onderstaande slide nemen over opsporingswerk van de politie.

Er staan maar een paar zinnen op de slide. Maar toch moet je publiek zich hier al voor concentreren.

En erg aansprekend is het niet, zo’n slide vol tekst.

Enter The Noun Project.

In een paar minuten vind je voor elk belangrijk woord een icoon.

Soms moet je wel wat creatiever zijn. Bij ‘veelvoorkomende criminaliteit’ heb ik bijvoorbeeld gezocht op ‘pickpocket’. En bij ‘zware criminaliteit’ op ‘mafia’.

Het resultaat kan er zo uitzien:

Ik ben geen grafisch ontwerper. En mijn uitlijning is vast niet perfect.

Maar ik heb wel een slide gemaakt die vééééél beter is dan die met alleen maar tekst.

In minder dan een kwartier.

Groet,

Arnaud

 

PS Ik heb geen aandelen in The Noun Project. Just to make sure. 😉

March 9, 2022

Praat tegen me

Een blogpost uit 2005.

Aan de lay-out zie je dat dat even geleden is: MS-DOS-vibes.

Maar nog steeds is het een van de beste artikelen over schrijven die ik gelezen heb. En ik heb er best wat gelezen.

Alleen al de titel.

Conversational writing kicks formal writing’s ass.

Auteur Kathy Sierra adviseert om te schrijven zoals je praat. Maar dan zonder de uh’s en zeg-maar’s.

Niet alleen in blogartikelen. Ook in boeken.

Zelfs boeken over complexe onderwerpen.

Als je conversational schrijft, gebeurt er namelijk iets geks.

Je lezer weet wel dat hij geen echt gesprek voert. Maar toch denkt zijn brein onbewust dat het terug moet praten. En daardoor let het beter op.

Onderzoek toont ook aan dat mensen conversational writing beter onthouden dan formal writing.

Misschien weet je dit intuïtief wel. Maar de meeste mensen hebben op de middelbare school afgeleerd om informeel te schrijven.

Helaas, zegt Sierra. Je docent uit de brugklas had het verkeerd.

Sierra eindigt haar verhaal met een fraaie oneliner.

Als je brein een bumpersticker had, stond erop: I heart conversation.

Dus, wil je dat ik oplet?

Spreek me aan met ‘jij’. Stel me vragen. Gebruik alledaagse woorden.

Net als in een gesprek.

Groet,

Arnaud

March 2, 2022

Advies van de kunstacademie

Als twintiger studeerde ik twee jaar aan de kunstacademie.

Mijn richting was ‘Beeld en taal’ en een van de vakken was ‘Schrijven’.

Ik schreef een verhaal dat zich afspeelt in Mongolië – daar was ik geweest. De kritiek op een van mijn zinnen heb ik altijd onthouden.

Mongolië is een uitgestrekt land, met prachtige, ongerepte natuur en een authentieke nomadencultuur.

Zoiets schreef ik.

Ik was nog jong. 😉

Mijn docent was stellig. Clichéformuleringen. Te veel tell en te weinig show.

Zo maakte ik kennis met de basisregel voor creatief schrijven: Show, don’t tell.

Je kunt wel zeggen dat een land uitgestrekt is. Maar het werkt beter om dat te tonen. Met beelden en details.

Waar zie je het aan?

Rijden de personages bijvoorbeeld een dag op een paard zonder iemand te zien? Kopen ze twee kilo rijst omdat ze weten dat ze de komende week geen winkel tegenkomen?

Ook voor professionele communicatie is Show, don’t tell een goed advies.

Bijvoorbeeld als je wil zeggen dat je product gebruiksvriendelijk, van hoge kwaliteit of duurzaam is.

Heeft de telefoon vier jaar garantie, is hij gemaakt van gerecycled materiaal en kun je alle onderdelen zelf (met een handleiding) repareren?

Waar zie je het aan?

Groet,

Arnaud

February 22, 2022

Baby, Werewolf, Silver Bullet

In mijn wekelijkse tip is nog nooit een weerwolf voorbijgekomen.

Dat moet veranderen.

Komtie.

In onze Analytic Storytellingmethode gebruiken we een vast format om verhalen te structureren. De SCQA: Situation – Complication – Question – Answer.

De SCQA-structuur maakt je verhaal begrijpelijk en urgent. En ik sta volledig achter het model.

Maar…

De afkorting is wel wat abstract. En misschien lastig te onthouden.

Een tijd geleden stuitte ik in een blogpost van bioloog Andrew Hendry op een beeldender alternatief.

Baby – Werewolf – Silver Bullet.

(De Q ontbreekt, maar dat is geen probleem.)

Andrew Hendry zegt dat je je verhaal moet beginnen met een schattige baby. Een onderwerp dat we interessant of belangrijk vinden. Bijvoorbeeld: biodiversiteit.

Leg vervolgens uit dat de baby bedreigd wordt. Zodat het publiek zich zorgen gaat maken. Dit is het weerwolf-onderdeel. De biodiversiteit wordt bijvoorbeeld bedreigd door het verlies van leefgebieden.

Tot slot vertel je met welke zilveren kogel je de weerwolf onschadelijk(er) maakt. Bijvoorbeeld: ecologische verbindingszones op een nieuwe manier ontwerpen. Een manier waardoor de impact van het verlies van leefgebieden beperkt blijft.

Kun je even niet op de afkorting SCQA komen? Denk aan Baby – Werewolf – Silver Bullet.

Dat vergeet je niet snel.

Groet,

Arnaud

February 16, 2022

How Can I Make This About Me?

Zit je op Twitter?

Ik wel, al post ik zelden. Ik kijk er vooral rond voor input en verstrooiing.

Een account dat ik met plezier volg is ‘How Can I Make This About Me?’. HCIMTAM deelt berichten van mensen die zichzelf iets te nadrukkelijk in het middelpunt zetten.

Bijvoorbeeld prof. David Pinto:

Befaamde psycholoog prof. Dr. Willem Hofstee is overleden. Bedroevend. Prof. Hofstee was lid vd leescommissie v. mijn Proefschift en hij schreef over mij: “Voor de bijdragen die de auteur heeft geleverd aan de beschaving en aan de humaniteit past het grootst mogelijke respect.”

Een ander leuk HCIMTAM-voorbeeld is Instagrammodel Natalie Schlater.

Zij plaatste een foto waarop ze prominent in ondergoed voor een rijstveld staat. Onderschrift: ‘Thinking about how different my life is from the man picking in the rice field every morning.’

HCIMTAM toont extremen van narcisme en ijdeltuiterij.

Maar de neiging om iets op jezelf te betrekken is op zichzelf niet extreem. Die is menselijk.

En ook je publiek heeft – bewust of onbewust – die neiging.

Je kunt daarom het beste zorgen dat je verhaal al expliciet over je publiek gaat. Want uiteindelijk vinden mensen zichzelf toch het meest interessant.

Groet,

Arnaud

February 8, 2022

Je overschat je publiek

Dit weet toch iedereen!

Denk je dat weleens als het over jouw onderwerp gaat?

Veel experts kennen de ervaring. Je legt voor je gevoel iets heel simpel uit. En toch kijkt je publiek je vragend aan.

Hoe komt dat?

Het mechanisme dat hier een rol speelt wordt the curse of knowledge genoemd.

Als expert ben je jarenlang opgeleid in jouw onderwerp. En de kennis die je hebt opgebouwd, bepaalt hoe je de wereld waarneemt.

Een ornitholoog herkent een smelleken, waar een leek alleen een valk, een roofvogel of een vogel ziet.

Een ornitholoog heeft bij het woord ‘smelleken’ allerlei associaties. Hoe hij eruitziet, dat hij zeldzaam is, dat hij klein is, dat hij niet bidt, zoals een torenvalk.

En nog veel meer.

Zulke associaties zijn belangrijk voor je werk als expert. Maar als je communiceert, staan ze juist in de weg.

Want je publiek heeft deze associaties niet. En trekt dus niet zomaar dezelfde conclusies als jij.

Twijfel je of je een basale term of afbeelding uit jouw vakgebied moet toelichten?

Dan is het antwoord waarschijnlijk ‘ja’.

Groet,

Arnaud

February 2, 2022

Mopperkont

‘De eerste, in zijn eentje zelfs vrijwel toereikende regel van een goede stijl is dat je iets te zeggen moet hebben.’

Dit is een uitspraak van de 19e-eeuwse filosoof Arthur Schopenhauer.

Als voormalig filosofiestudent kan ik het niet laten om af en toe zo’n snippet of wisdom met je te delen.

Schopenhauer was populair onder mijn studiegenoten.

Dat kwam deels door zijn provocerende, pessimistische levensopvatting. Hij was een mopperkont. Selecties van zijn werk zijn in het Nederlands gebundeld als De wereld een hel en Er is geen vrouw die deugt.

Schopenhauer was ook populair omdat hij zo goed leesbaar is. Hij heeft een prettige, aantrekkelijke, literaire stijl.

Maar volgens hem is de basis van een goede stijl dus dat je iets te zeggen hebt.

Hij heeft gelijk.

En het geldt ook voor de communicatie over je werk.

Soms zie ik mensen zich al vroeg druk maken over de vorm. Zinslengte, passieve zinnen, dt’s. Lettertypes, kleuren en uitlijning op slides.

Allemaal belangrijk.

Maar niet de essentie.

Zorg dat je eerst weet wat je wil vertellen. Wat je boodschap is. En besteed daar de meeste aandacht aan.

Maak je daarna pas druk om de vorm.

Groet,

Arnaud

Houd je verhalen scherp

Analytic Storytelling-tips in je inbox? 

  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.

Wij leveren graag een passend verhaal. Heb je een vraag die je met ons wilt bespreken? Bel of mail ons: 

Stijn Cornelissen
s.cornelissen@analytic-storytelling.com
+31 6 45 30 41 74

 

Priscilla Brandon
p.brandon@analytic-storytelling.com
 +31 6 14 50 98 91