In 6 stappen naar een goede slide

Een slide met alleen maar bullets en tekst.

Een grafiek met gestapelde 3d-staven.

Een infographic met tien verschillende kleuren.

Voorbeelden van slechte slides zijn er genoeg.

Maar kun je ook een goede slide maken als je een slechte herkent? Een slide die je verhaal begrijpelijker en aantrekkelijker maakt?

Dat is zeker niet vanzelfsprekend.

Dit artikel helpt je om je slides te verbeteren in 6 stappen – met 6 vragen.

Vragen die je bij elke slide kunt – en eigenlijk moet – stellen.

Trouwens: de vragen zijn niet alleen relevant voor slides. Je kunt ze bijvoorbeeld ook gebruiken voor infographics, figuren in documenten of posters.

Vraag 1: Staat de boodschap in de kop?

Een beeld trekt de aandacht.

Maar nog voordat je publiek je beeld ziet, ziet het meestal iets anders.

De kop.

Oftewel: de woorden boven de slide.

Bijvoorbeeld:

De kop bepaalt hoe je publiek een slide bekijkt en interpreteert.

Daarom is het slim om de boodschap van je slide in de kop te zetten. En zo de interpretatie te sturen.

De huidige kop – 5G-netwerk – vertelt niet de boodschap. Die vertelt alleen het onderwerp.

Daardoor moet het publiek zelf achterhalen wat deze slide over het 5G-netwerk wil zeggen.

Dat is gevaarlijk.

Want het publiek kan de slide anders interpreteren dan bedoeld. Of afhaken omdat het de slide niet begrijpt.

Hoe ziet een kop met boodschap er dan uit?

Bijvoorbeeld zo:

IoT staat voor Internet of Things.

Door deze boodschapkop begrijpt het publiek snel dat het bovenste deel van de slide over IoT-innovaties gaat. En het onderste over het 5G-netwerk dat die mogelijk maakt.

Uiteraard zou de kop ook anders kunnen. Als de nadruk bijvoorbeeld moet liggen op de macro cells en de small cells is het verstandig om die in de kop terug te laten komen.  

Meer tips voor je boodschapkoppen lees je hier.

Vraag 2: Sluit het beeld aan bij de kop?  

De volgende stap is kijken of kop en slide goed op elkaar aansluiten.

Bij onze voorbeeldslide is dat grotendeels zo. Maar niet helemaal. Supersnelle smartphones en virtual reality zijn namelijk geen IoT-innovaties. De term ‘IoT’ gebruik je alleen als traditioneel internetloze apparaten (zoals een koelkast) met het internet worden verbonden.

Als kop en slide niet goed aansluiten, heb je twee opties.  

Optie 1 is de kop veranderen. Je kunt bijvoorbeeld ‘IoT’ weglaten. Dan gaat de kop over innovaties in het algemeen.

Optie 2 is om de slide veranderen, zodat deze past bij de kop.

Bijvoorbeeld:

Ik heb op de slide twee nieuwe IoT-innovaties toegevoegd: slimme fabrieken en slimme kantoren.

Het is ook prima om maar vier IoT-innovaties over te houden.

De slide mag natuurlijk wel meer details geven dan de kop. Zolang de kop op hoofdlijnen de lading van de slide dekt.

Op de slide staan nu bijvoorbeeld voorbeelden van IoT-innovaties. En de slide laat zien dat het 5G-netwerk bestaat uit een macro cell en een paar small cells.

Gaat de slide erg veel in detail ten opzichte van de kop? Overweeg dan om je informatie te verdelen over twee slides in plaats van één.

Vraag 3: Kun je tekst vervangen door beeld?

Mensen begrijpen en onthouden beeld beter dan tekst.

Kijk daarom altijd welke woorden op je slide je nog niet visueel hebt gemaakt.

Vaak is er op dit vlak veel ruimte voor verbetering. Vooral als je slide bulletpoints met tekst bevat.

Onze 5G-voorbeeldslide bevat alleen woorden voor de IoT-innovaties. En de macro cell en de small cells zijn alleen op een heel abstracte manier gevisualiseerd.

Een alternatief ziet er bijvoorbeeld zo uit:

Meer beeld maakt je slide meestal begrijpelijker en aantrekkelijker. Het publiek weet nu bijvoorbeeld dat een macro cell en small cells een soort antennes zijn.

Wil je ook iconen gebruiken?

Zelf vind ik The Noun Project een prettige database. Ze hebben ruim 3 miljoen iconen, waarschijnlijk ook over jouw onderwerp.

Heb je het idee dat jouw abstracte, specifieke onderwerp moeilijk te visualiseren is? Lees dit blogartikel over vier typen visualisaties. En geef niet te snel op.

Mijn ervaring is dat er met wat creativiteit veel mogelijk is.

Als je in The Noun Project zoekt op ‘global warming’, ‘efficient’ en ‘democracy’ vind je bijvoorbeeld de volgende iconen:

Gebruik je toch tekst op je slide?

Zorg dan dat je publiek die tekst snel kan begrijpen. Voorkom dus aan de ene kant contextloze, technische steekwoorden. En aan de andere kant uitgebreide alinea’s.

Vraag 4: Ondersteunt de compositie de boodschap? 

Onder compositie versta ik voor het gemak twee dingen.

Op welke plek onderdelen staan. En hoe groot ze zijn.

Je kunt ook kleur zien als een gereedschap om de compositie van je slide te verbeteren. Maar kleur bespreek ik in dit stappenplan apart: in het volgende kopje. 😉

Eerst over de plek.

Meestal heeft een slide een opmaak die het oog van het publiek stuurt. Een soort ‘visuele leesrichting’.

Voor de leesrichting geldt vaak:

  • links komt eerder dan rechts;
  • boven komt eerder dan beneden;
  • centraal komt eerder dan de randen.

Onderdelen die links staan, ziet het publiek daarom vaak als belangrijker dan onderdelen die rechts staan. Et cetera.

Hoe zit dit op onze voorbeeldslide?

De voorbeeldslide heeft een leesrichting, maar die is wel tegenintuïtief. Namelijk: van onder naar boven.

We kunnen deze slide dus verbeteren door het netwerk boven te plaatsen en de IoT-innovaties onder.

Een andere optie is om het netwerk in het centraal te zetten en de innovaties eromheen.

Dat ziet er bijvoorbeeld zo uit:

Naast de plek is op de nieuwe slide ook de grootte van de iconen anders.

Op de vorige slide zijn alle iconen even groot. Daardoor ziet het publiek deze als ‘even belangrijk’ en weet het niet goed waar eerst te kijken.

Met plek en grootte kun je een ‘informatiehiërarchie’ creëren. Die helpt je publiek te herkennen wat hoofdpunten zijn en wat details.

De small cells zijn op de nieuwe slide het kleinst. Het publiek zal die nu dus waarschijnlijk als details zien.

Vraag 5: Ondersteunt het kleurgebruik de boodschap? 

Onze voorbeeldslide is nu nog zwart-wit.

Althans: op het logo van Analytic Storytelling na. 😉

Daarmee laten we een kans liggen om ons publiek te helpen.

Want kleur is het belangrijkste gereedschap om te laten zien wat belangrijk is op een slide (informatiehiërarchie). En wat hetzelfde is.

Op de voorbeeldslide ligt het voor de hand om twee onderdelen een kleur te geven: het netwerk en de IoT-innovaties.

De slide ziet er dan bijvoorbeeld zo uit:

Kleur maakt een slide vaak sterker, maar je kunt het ook te veel gebruiken. Dat zou bijvoorbeeld zo zijn als je elke IoT-innovatie een andere kleur zou geven.

Je publiek raakt de weg kwijt, omdat er veel dingen tegelijk belangrijk lijken. Zonder dat daarin een hiërarchie is aangebracht.

Er treedt dan als het ware ‘belangrijkheidsinflatie’ op.

Mijn advies is om de basisonderdelen van je slide een neutrale kleur te geven. Zoals zwart of grijs.

Vervolgens voeg je met een beperkt aantal kleuren accenten toe. Drie of vier kleuren gaat nog, maar daarna wordt het al snel te veel.  

Het is ook goed om te controleren of je niet toevallig dezelfde kleur gebruikt voor twee verschillende dingen. Dat is bijvoorbeeld zo als je op een medische slide een onschuldige cel rood maakt, terwijl je die kleur ook gebruikt voor een ontsteking.

Vraag 6: Kunnen er dingen weg?

Onze voorbeeldslide is door de vorige vijf stappen sterk verbeterd.

Maar de laatste stap moet je zeker niet overslaan.

In de laatste stap, stel je namelijk de vraag wat er weg kan. Op die manier zorg je dat op je slide alleen onderdelen staan die bijdragen aan je boodschap.

Daarmee verhoog je de zogeheten ‘signal to noise ratio’. Als je de ruis (onnodige onderdelen) weghaalt komt het signaal (de boodschap) sterker over.

Wat kun je dan zoals weglaten op een slide?

Ik heb een nieuwe versie gemaakt van onze voorbeeldslide. Die kan je op ideeën brengen.

Op deze nieuwe slide ontbreekt het Analytic Storytelling-logo. Jammer natuurlijk, maar het draagt niet bij aan de boodschap. Strikt genomen is het dus ruis.

Hetzelfde kan gelden voor het template van je organisatie.

Het gebruik van logo’s en templates ligt genuanceerd: er zijn ook redenen om ze wel op elke slide te gebruiken. Bijvoorbeeld als het belangrijk is dat mensen die je slides delen ook je organisatienaam laten zien.

Wat ook ontbreekt is de blauwe achtergrond met lijntjes en bolletjes. Die ziet er misschien flitsend uit. Maar hij maakt de slide ook onnodig druk.

What else?

Op de vorige slide stonden twee vrachtwagens bij smart logistics. Het is de vraag of dat echt nodig is. Waarschijnlijk komt de boodschap ook met één vrachtauto goed over.

Tot slot is het icoontje van de slimme auto vervangen.

Het vorige icoontje bevat veel detail, terwijl dat voor de boodschap niet nodig is. De nieuwe auto is veel simpeler.

Wees hier vooral scherp op overbodige details als je beelden overneemt van anderen. Of als je de standaardoutput van een programma gebruikt.

Standaardgrafieken in Excel bevatten bijvoorbeeld meer rasterlijnen dan nodig.

Succes met je slides!

De zes stappen uit dit artikel heb ik veel gebruikt in trainingen.

Mijn ervaring is dat ze een goed raamwerk bieden om slides te maken, te bespreken en te verbeteren.

Ik hoop dat je ze kunt gebruiken. En dat ze je helpen om met plezier en vertrouwen aan je slides te werken.

Succes!


Arnaud is trainer, adviseur en tekstschrijver bij Analytic Storytelling. Hij helpt klanten om een heldere en overtuigende boodschap op papier te krijgen in woord en beeld.