June 22, 2022

Storytelling: wat is dat eigenlijk?

De organisatie waarvoor ik werk heeft ‘storytelling’ in de naam.

Ik geef trainingen over storytelling. Ik adviseer over storytelling. Ik doe uitvoerend storytellingwerk.

Je zou dus verwachten dat ik precies weet wat dat is: storytelling.

Is dat ook zo?

Natuurlijk heb ik een beeld bij de term. Maar ik moet toegeven dat ik dat niet een-twee-drie kon beschrijven. En dat wilde ik wel voor een nieuwe pagina op onze website.

Het punt is: mensen gebruiken de term ‘storytelling’ op uiteenlopende manieren.

Storytelling in een presentatie kan betrekking hebben op (persoonlijke) anekdotes en emoties.

Bij (corporate) storytelling in bedrijven gaat het vaak over betekenis en de ‘why’.

Met storytelling in rapporten en wetenschappelijke papers wordt meestal een ‘narratieve’ structuur bedoeld.

Raak je ook weleens in de war van de term ‘storytelling’? Op onze pagina ‘Wat is storytelling?’ heb ik storytelling ontleed in drie hoofdingrediënten.

Zodat je snel kunt zien of het iets voor jou is. En ideeën krijgt voor hoe je het kunt toepassen.

Benieuwd?

Bekijk de pagina hier.

Groet,

Arnaud

 

PS Check vooral ook de mooi visualisaties. Met dank aan mijn collega Priscilla!

June 15, 2022

I Have a Dream in PowerPoint

Is er iets mis met PowerPoint?

Het programma heeft in elk geval een dubieuze reputatie.

Zo is er de uitdrukking death by PowerPoint. Die treedt op als je in een muf zaaltje luistert naar iemand die monotoon slides voorleest vol saaie walls of text.

Zwitserland heeft zelfs een Anti PowerPoint Partij. Het doel van de APPP is om via een referendum PowerPoint te verbieden.

Volgens de partij leidt PowerPoint in 95% van de gevallen tot slechtere presentaties. Met grote economische schade tot gevolg. (De oplossing? Flip-overs.)

Een derde en laatste voorbeeld van de weerstand die PowerPoint oproept komt uit België. Van de cabaretier Arnout (sic) van den Bossche.

In een sketch toont hij een PowerPointversie van Martin Luther Kings I Have a Dream-speech. Inclusief agenda, onnavolgbare staafdiagrammen in 3D, ronddraaiende tekst, bewegende pijlen en actieplan.

Erg grappig.

Volgens Van den Bossche haalt PowerPoint de ziel uit een presentatie. Omdat mensen beginnen bij de techniek en niet bij het verhaal.

Is PowerPoint daarmee intrinsiek slecht?

Ik denk van niet. Zelf werk ik er eigenlijk best graag mee.

Als je de valkuilen kent en omzeilt, is PowerPoint een prima gereedschap.

Doe je dat niet, dan verandert het in een moordwapen.

Groet,

Arnaud

June 8, 2022

De ware aard van de Smurf

Blauwe kabouters met een witte broek en een slappe puntmuts.

Smurfen lijken misschien onschuldige wezens.

Maar niets is minder waar.

In een boek uit 2011 toont de Franse politicoloog Antoine Buéno de ware aard van dit volkje.

De kern? Smurfen zijn totalitaire racisten. Een soort nazi’s.

Allereerst hebben de smurfen een dictatoriale leider: Grote Smurf. Aan hem moeten zij hun eigendommen afstaan.

Dan heeft Smurfin ook nog blond haar. Een duidelijke verwijzing naar het Arische schoonheidsideaal.

Tot slot is daar Gargamel, de gemene vijand van de Smurfen. Wie zijn uiterlijk bestudeert, ziet een stereotype Jood. En waarom heet zijn kat anders Azraël?

Of Buéno gelijk heeft, daar wil ik mijn vingers niet aan branden. Zelf had ik in ieder geval nog nooit zo naar de Smurfen gekeken. 😉

Een stelling die ik wél aandurf, is dat je op moet passen voor Smurfen in je teksten. Om precies te zijn: voor smurfwoorden.

Smurfwoorden zijn generieke woorden die eigenlijk alles kunnen betekenen. Ze maken je tekst abstract. Bekende voorbeelden zijn ‘realiseren’ en ‘faciliteren’.

Probeer voor dat soort woorden een alternatief te smurfen.

Groet,

Arnaud

June 1, 2022

De naam van de CEO

Het huisvrouwensyndroom.

In 1963 schreef Betty Friedan er voor het eerst over.

Als vrouwen trouwden of zwanger werden, eindigde destijds meestal hun carrière. En vaak niet omdat ze dat wilden.

Het onvrijwillige huisvrouwenbestaan leidde tot problemen.

Eenzaamheid, sleur, ontevredenheid. Het gevoel geen deel uit te maken van de maatschappij. En soms zelfs alcoholisme, depressie of zelfmoord.

Nu, in 2022, is dat anders.

Toch?

Inderdaad is er sinds 1963 veel veranderd. Maar om nou te zeggen dat de kansen op de werkvloer voor beide seksen gelijk zijn…

Van de CEO’s van Nederlandse beursgenoteerde bedrijven is bijvoorbeeld maar 4,8% vrouw. Reden genoeg dus om aandacht te blijven vragen voor seksegelijkheid.

Recent werd daarbij een opmerkelijk feit ingezet als communicatiewapen.

Nederlandse beursgenoteerde bedrijven hebben meer CEO’s die Peter heten dan CEO’s die vrouw zijn.

Dit kleine feit is zo krachtig omdat het specifiek is. Het gaat niet over 4,8%, maar over één naam. En daardoor roept het direct beelden en emoties op.

Het werd dan ook snel opgepikt door de media. En rond Internationale Vrouwendag veranderden veel Nederlandse vrouwen hun voornaam op LinkedIn in ‘Peter’. Als speelse reminder.

Wil je dat jouw boodschap ook blijft plakken?

Wees alert op specifieke feiten.

Groet,

Arnaud

May 25, 2022

Metalen monster

Duel is een van Steven Spielbergs eerste films.

De hoofdpersoon, zakenman David Mann, rijdt in een kleine, rode auto door een verlaten landschap. Het is heet.

Mann komt een enorme, bruine truck tegen. Hij haalt die in.

Even later ziet hij in zijn achteruitkijkspiegel dat de truck aan zijn bumper kleeft. Mann wuift en laat hem passeren.

De truck snijdt hem af. Maar daarna lijkt het of er niks is gebeurd.

Mann stopt om te tanken. De truck stopt ook. Mann rijdt weer door en de truck kleeft opnieuw aan zijn bumper. Ook als Mann zijn snelheid opvoert tot grote hoogte.

Even weet Mann de truck af te schudden. Maar telkens duikt het dreigende, metalen monster weer op. Het wordt steeds duidelijker wat hij wil: Mann vermoorden.

Aan het eind van het duel – spoileralert – staan de twee voertuigen tegenover elkaar op een doodlopende weg. De vrachtwagen komt op Mann af. Mann zet de koffer op zijn gaspedaal en springt uit de auto.

Na een botsing rolt de truck een ravijn in.

Als kijker voel je niets dan opluchting.

Duel is simpele, maar pure storytelling.

We leren een hoofdpersoon kennen waarmee we ons identificeren. Die hoofdpersoon krijgt een probleem. En aan het eind wordt dat probleem overwonnen.

Als je goed kijkt, zie je deze structuur in veel films terug.

En je kunt hem ook gebruiken om de communicatie over je werk interessanter te maken. Al klinkt dat misschien vergezocht.

Hoe?

Check onze pagina over de SCQA-structuur.

Groet,

Arnaud

May 18, 2022

Ze verleiden de mamils

In Ouderkerk aan de Amstel zijn ze geen fan van wielrenners.

Zo stel ik me dat in ieder geval voor.

Het dorpje ligt ten zuiden van Amsterdam en ontsluit een prachtig fietsgebied. Met daarin de beroemde ‘Ronde Hoep’.

Op een zonnige zondag fietsen duizenden wielrenners door Ouderkerk, op weg naar polders en slootjes.

De meesten zijn mamils: middle-aged men in lycra.

Tot voor kort kon je op zo’n zomerdag niet veilig door de smalle Dorpsstraat van Ouderkerk lopen. Want links en rechts raceten de mamils je voorbij.

Maar nu heeft de gemeente iets slims bedacht. Een sympathiek bord om wielrenners te verleiden tot omfietsen. En de Dorpsstraat te vermijden.

Dit is het bord:

Dit bord is slim omdat het de taal van de doelgroep spreekt.

KOM staat onder wielrenners voor King of the Mountain. In de sportapp Strava heb je de KOM als je de snelste bent op een segment. Ook op het vlakke.

Ook ik ben een mamil.

Als ik het KOM-bordje zie, moet ik glimlachen. En ik ben meer dan bereid om mijn route te verleggen.

Wil je zelf dat je doelgroep welwillender wordt en je beter begrijpt?

Spreek haar taal, gebruik haar woorden.

Groet,

Arnaud

May 11, 2022

Stel dat een groen mannetje…

‘Suppose a little green man…’

Stephen Hawking schreef deze zin ooit in een wetenschappelijk paper.

De speelse formulering overleefde de redactieronde niet. Een redacteur dwong hem het te veranderen in ‘Suppose an observer…’

Deze anekdote kwam ik tegen tijdens mijn research voor een artikel over academisch schrijven. Of hij waar is kon ik niet achterhalen.

In mijn research stuitte ik op meer kleine grappen van wetenschappers.

Destijds heb ik ze niet in het artikel verwerkt. Maar vandaag deel ik er graag een paar met je.

Wetenschappers hebben bijvoorbeeld ruimte voor humor in de titels van papers:

NOX, NOX Who is There?

An In-Depth Analysis of a Piece of Shit: Distribution of Schistosoma mansoni and Hookworm Eggs in Human Stool

Allebei echt gepubliceerd.

Ook namen van nieuwe dier- of plantensoorten bevatten soms een grap.

Zo heet een mijt Darthvaderum. En een paddenstoel Spongiforma squarepantsii. Beide vanwege hun vorm.

De soortnamen komen uit een artikel van bioloog Stephen B. Heard. Heard schreef ook een Scientist’s Guide to Writing.

Hij pleit ervoor om vaker touches of whimsy, humanity, humour, and beauty in papers op te nemen. Uiteraard zolang dat de duidelijkheid niet in de weg staat.

Groet,

Arnaud

May 4, 2022

Hoe creëer je een groep?

Je gaat naar de supermarkt voor negen boodschappen.

Aardbeien, broccoli, boter, frambozen, kiwi, komkommer, melk, tomaten en witbrood.

Maar: je mag geen lijstje maken.

Negen boodschappen onthouden is veel voor je brein. Dus is het handig om groepen te creëren. Categorieën, clusters, silo’s…

Alleen: hoe maak je logische groepen? Niet alleen voor je boodschappen, maar ook voor structuurpuzzels op je werk?

Een tool die hierbij helpt is MECE: Mutually Exclusive, Collectively Exhaustive.

De groepen ‘zuivel’, ‘fruit’ en ‘groen’ zijn bijvoorbeeld niet MECE. Want ‘fruit’ en ‘groen’ sluiten elkaar niet uit. Vraag maar aan de kiwi.

De groepen ‘zuivel’, ‘fruit’ en ‘groente’ zijn ook niet MECE. Witbrood past namelijk in geen van deze groepen.

Wat is dan wel MECE?

Bijvoorbeeld de groepen ‘rood’, ‘groen’ en ‘wit’. Althans: voor deze verzameling boodschappen.

In je werk kun je MECE gebruiken om data of argumenten te analyseren, grip te krijgen op complexe vraagstukken of een hoofdstukindeling te maken.

Daarom zijn consultants er gek op.

Groet,

Arnaud

April 28, 2022

Het probleem dat template heet

Stel je voor dat ik zo een presentatie begin:

Ik ben Arnaud van Analytic Storytelling.

Vandaag ga ik het hebben over templates.

Ik werk trouwens bij Analytic Storytelling.

Een template is een standaardopmaak voor slides. Vaak met een organisatielogo en vaste kleuren.

Ik werk bij Analytic Storytelling.

Klinkt absurd?

Volgens communicatie-expert Jean-luc Doumont (aanrader!) doen veel mensen in presentaties iets wat hierop lijkt. Misschien doe jij het ook wel, zonder dat je het weet.

Niemand zegt natuurlijk letterlijk na elke zin zijn naam.

Maar mensen gebruiken wel op elke slide een template.

Het template van de Kennesaw State University (Georgia) ziet er bijvoorbeeld zo uit:

Het gaat me er niet om de Kennesaw State University te bashen. Want bijna elke organisatie heeft een template zoals dit.

Als je aan een presentatie werkt, voelt een template misschien wel prettig.

Er staat nog niks op je slide. En toch oogt die al professioneel.

Jean-luc Doumont denkt heel anders over templates.

Volgens hem moet alles op een slide bijdragen aan de boodschap. Alles wat dat niet doet, is ruis. En ruis maakt je boodschap minder duidelijk.

Doumonts eigen slides zijn heel minimalistisch. Zelf ben ik iets minder radicaal.

Maar je template door zijn ogen bekijken is wel prikkelend.

Groet,

Arnaud

April 20, 2022

Door aapjes 🐒🐒

Uw maandelijkse internetkosten worden verhoogd. Door aapjes.  

Wat heeft deze zin met goed communiceren te maken?

Een van de belangrijkste schrijfadviezen is om actief te formuleren. En om passieve zinnen te vermijden.

Een voorbeeld van een actieve zin is ‘Josef kookt de spaghetti’. De passieve tegenhanger is ‘De spaghetti wordt gekookt’.

Een actieve zin is directer en beeldender: hij schetst het hele plaatje. Actieve zinnen zijn daarom meestal duidelijker, aantrekkelijker en makkelijker om te lezen.

Als je actief wilt schrijven, is het belangrijk dat je passieve zinnen direct herkent.

Dat kan door te letten op de hulpwerkwoorden ‘worden’ en ‘zijn’. Er wordt gekookt, er is besloten, internetkosten worden verhoogd…

Maar stop – er is een veel leukere manier.

Kijk of je achter een zin ‘door aapjes’ kunt plaatsen. Kan dat? Dan is de zin waarschijnlijk passief.

Groet,

Arnaud

 

PS  De aapjes-truc komt van de website van Monzo. Het kan trouwens ook met zombies, als je daar de voorkeur aan geeft.

April 13, 2022

Bloed en melk

Op de middelbare school ben ik een keer flauwgevallen.

Tijdens aardrijkskunde, op mijn schooltafeltje.

De les ging over de Masai, een nomadenvolk in Oost-Afrika. Een traditie van de Masai is aderlaten.

Daarbij selecteert een Masai een koe uit zijn kudde. Hij bindt de hals af met een riem. Met pijl en boog schiet hij in de hals, zodat de koe gaat bloeden. Het bloed vangt hij op in een kalebas.

Als er zo’n halve liter in de kalebas zit, knijpt de Masai de wond dicht. Daardoor stopt het bloeden. De Masai doet melk bij het bloed en drinkt het op.

Ik had een leraar die heel beeldend kon vertellen. En ik kon niet tegen bloed.

Voordat de melk erbij kwam, zakte mijn hoofd weg op het tafelblad.

Deze anekdote laat zien hoe sterk het effect van een goed verhaal is. Je wordt een wereld ingetrokken en hebt een emotionele reactie op wat je voor je ziet. En soms zelfs een fysieke. 😉

Waarschijnlijk heb je liever niet dat je publiek flauwvalt.

Maar om je boodschap over te brengen helpt emotionele betrokkenheid enorm. Die betrokkenheid bereik je met een beeldende beschrijving vol zintuiglijke details. Met bloed en melk.

Groet,

Arnaud

April 6, 2022

Wat is de brand?

Vandaag een kleine oefening.

In storytelling draait het vaak om een tegenstelling. De tegenstelling tussen probleem en oplossing, tussen voor en na.

De tegenstelling creëert spanning: we zijn nog niet waar we willen zijn.

Soms werk je al zo lang aan een onderwerp, dat je de tegenstelling vergeet. Je hebt het probleemdeel niet meer scherp. En je vergeet het dus te vertellen.

Je communiceert dan alleen over de oplossing: jouw advies, voorstel, onderzoek, beleid of product.

Daarom als oefening: zoek bij iedere oplossing hieronder het bijbehorende probleem. En neem minstens een halve minuut om het probleem te beschrijven.

Een voorbeeld om erin te komen.

Is de oplossing ‘brandweermannen’? Vertel dan dat er jaarlijks meer dan 66.000 woningbranden zijn. In zo’n 50 gevallen met een dodelijk slachtoffer. En met ieder jaar 800 mensen met zeer ernstige brandwonden. Dat leidt vaak tot jarenlange trauma’s. De gemiddelde financiële schade per brand is bijna € 21.000. Et cetera.

Beschrijf details, cijfers, gevolgen en de bijbehorende emoties.

Klaar?

Daar gaan we:

Tandenpoetsen

Een achteruitrijcamera voor je auto

Een website met medische informatie die is gecontroleerd door specialisten

Een campagne voor begrijpelijke taal bij de overheid

Een keurmerk voor fair fashion

Succes!

Groet,

Arnaud

 

March 30, 2022

Hoe overtuig je een scepticus?

In trainingen stellen deelnemers soms lastige vragen.

Dat vind ik leuk.

Een van de lastigste is: hoe overtuig je iemand die het fundamenteel met je oneens is?

Bijvoorbeeld iemand die niet in klimaatverandering gelooft. Terwijl jouw verhaal over warmtepompen gaat.

Of iemand die denkt dat 5G-masten gevaarlijke straling uitzenden. Terwijl daar geen enkel bewijs voor is.

En dan hebben we het nog niet eens over corona.

Een actuele vraag dus…

Mijn antwoord?

Het is moeilijk. Soms is het onmogelijk. Maar niet altijd.

Het belangrijkste is dat je écht vertrekt vanuit de wereld, de kennis en de waarden van je publiek.

Het mooiste voorbeeld dat ik ken, staat in het boek Made to Stick: over een campagne tegen het zwerfafvalprobleem in Texas.

Hoe overtuig je de stereotype jonge, mannelijke Texaan die weleens wat laat slingeren?

Die Texaan heeft een pick-uptruck en maalt niet om zeehondjes. Hij is trots en onafhankelijk en laat zich door niemand vertellen dat hij zijn troep moet opruimen. Dat bepaalt hij zelf wel!

De borden met Please no litter hadden weinig effect. 😉

In de campagne werd de Texaanse trots uiteindelijk het doorslaggevende aanknopingspunt.

Zo kwam er een spotje op tv met een stoere, beroemde Texaanse honkballer die met een fastball afval in de vuilnisbak werpt.

De slogan? Don’t mess with Texas!

Pretty good.

Groet,

Arnaud

March 23, 2022

Is een vraagteken in je titel een goed idee?

Vandaag heb ik iets grappigs voor je.

Het heet: Betteridge’s Law of Headlines.

Betteridge’s Law stelt dat je elke headline – een krantenkop of een titel – die is geformuleerd als een ja/nee-vraag, kunt beantwoorden met ‘nee’.

Proberen?

Is dit het nieuwe medicijn tegen AIDS?

Nee.

Is Algerije het walhalla voor hernieuwbare energie?

Nee.

Nemen cryptovaluta de wereld over?

Nee.

Als het antwoord ‘ja’ zou zijn, zou de krantenkop anders zijn. Dat is het idee achter Betteridge’s Law.

Een journalist zet maar wat graag in de kop dat er een medicijn tegen AIDS is gevonden.

Koppen met een vraag hebben daarom een slechte reputatie. Een reputatie van overselling en sensatiedrang.

Sinds ik Betteridge’s Law ken, is het lastig om koppen en titels met een vraag nog neutraal te lezen.

Meer voorbeelden? Er is een speciale Betteridge’s Law-website met een uitgebreide verzameling.

Groet,

Arnaud

March 15, 2022

Een vééééél betere slide (in een paar minuten)

De tip van vandaag heeft maar vier woorden.

Gebruik The Noun Project.

Echt.

Gebruik het voor je presentaties. En voor je infographics en graphical abstracts, als je die maakt.

Wat is het?

The Noun Project is een database met iconen gemaakt door grafisch ontwerpers.

Je kunt voor zo’n beetje alles een icoon vinden. Er zijn er meer dan 3 miljoen.

Proberen?

Laten we als voorbeeld onderstaande slide nemen over opsporingswerk van de politie.

Er staan maar een paar zinnen op de slide. Maar toch moet je publiek zich hier al voor concentreren.

En erg aansprekend is het niet, zo’n slide vol tekst.

Enter The Noun Project.

In een paar minuten vind je voor elk belangrijk woord een icoon.

Soms moet je wel wat creatiever zijn. Bij ‘veelvoorkomende criminaliteit’ heb ik bijvoorbeeld gezocht op ‘pickpocket’. En bij ‘zware criminaliteit’ op ‘mafia’.

Het resultaat kan er zo uitzien:

Ik ben geen grafisch ontwerper. En mijn uitlijning is vast niet perfect.

Maar ik heb wel een slide gemaakt die vééééél beter is dan die met alleen maar tekst.

In minder dan een kwartier.

Groet,

Arnaud

 

PS Ik heb geen aandelen in The Noun Project. Just to make sure. 😉

March 9, 2022

Praat tegen me

Een blogpost uit 2005.

Aan de lay-out zie je dat dat even geleden is: MS-DOS-vibes.

Maar nog steeds is het een van de beste artikelen over schrijven die ik gelezen heb. En ik heb er best wat gelezen.

Alleen al de titel.

Conversational writing kicks formal writing’s ass.

Auteur Kathy Sierra adviseert om te schrijven zoals je praat. Maar dan zonder de uh’s en zeg-maar’s.

Niet alleen in blogartikelen. Ook in boeken.

Zelfs boeken over complexe onderwerpen.

Als je conversational schrijft, gebeurt er namelijk iets geks.

Je lezer weet wel dat hij geen echt gesprek voert. Maar toch denkt zijn brein onbewust dat het terug moet praten. En daardoor let het beter op.

Onderzoek toont ook aan dat mensen conversational writing beter onthouden dan formal writing.

Misschien weet je dit intuïtief wel. Maar de meeste mensen hebben op de middelbare school afgeleerd om informeel te schrijven.

Helaas, zegt Sierra. Je docent uit de brugklas had het verkeerd.

Sierra eindigt haar verhaal met een fraaie oneliner.

Als je brein een bumpersticker had, stond erop: I heart conversation.

Dus, wil je dat ik oplet?

Spreek me aan met ‘jij’. Stel me vragen. Gebruik alledaagse woorden.

Net als in een gesprek.

Groet,

Arnaud

March 2, 2022

Advies van de kunstacademie

Als twintiger studeerde ik twee jaar aan de kunstacademie.

Mijn richting was ‘Beeld en taal’ en een van de vakken was ‘Schrijven’.

Ik schreef een verhaal dat zich afspeelt in Mongolië – daar was ik geweest. De kritiek op een van mijn zinnen heb ik altijd onthouden.

Mongolië is een uitgestrekt land, met prachtige, ongerepte natuur en een authentieke nomadencultuur.

Zoiets schreef ik.

Ik was nog jong. 😉

Mijn docent was stellig. Clichéformuleringen. Te veel tell en te weinig show.

Zo maakte ik kennis met de basisregel voor creatief schrijven: Show, don’t tell.

Je kunt wel zeggen dat een land uitgestrekt is. Maar het werkt beter om dat te tonen. Met beelden en details.

Waar zie je het aan?

Rijden de personages bijvoorbeeld een dag op een paard zonder iemand te zien? Kopen ze twee kilo rijst omdat ze weten dat ze de komende week geen winkel tegenkomen?

Ook voor professionele communicatie is Show, don’t tell een goed advies.

Bijvoorbeeld als je wil zeggen dat je product gebruiksvriendelijk, van hoge kwaliteit of duurzaam is.

Heeft de telefoon vier jaar garantie, is hij gemaakt van gerecycled materiaal en kun je alle onderdelen zelf (met een handleiding) repareren?

Waar zie je het aan?

Groet,

Arnaud

February 22, 2022

Baby, Werewolf, Silver Bullet

In mijn wekelijkse tip is nog nooit een weerwolf voorbijgekomen.

Dat moet veranderen.

Komtie.

In onze Analytic Storytellingmethode gebruiken we een vast format om verhalen te structureren. De SCQA: Situation – Complication – Question – Answer.

De SCQA-structuur maakt je verhaal begrijpelijk en urgent. En ik sta volledig achter het model.

Maar…

De afkorting is wel wat abstract. En misschien lastig te onthouden.

Een tijd geleden stuitte ik in een blogpost van bioloog Andrew Hendry op een beeldender alternatief.

Baby – Werewolf – Silver Bullet.

(De Q ontbreekt, maar dat is geen probleem.)

Andrew Hendry zegt dat je je verhaal moet beginnen met een schattige baby. Een onderwerp dat we interessant of belangrijk vinden. Bijvoorbeeld: biodiversiteit.

Leg vervolgens uit dat de baby bedreigd wordt. Zodat het publiek zich zorgen gaat maken. Dit is het weerwolf-onderdeel. De biodiversiteit wordt bijvoorbeeld bedreigd door het verlies van leefgebieden.

Tot slot vertel je met welke zilveren kogel je de weerwolf onschadelijk(er) maakt. Bijvoorbeeld: ecologische verbindingszones op een nieuwe manier ontwerpen. Een manier waardoor de impact van het verlies van leefgebieden beperkt blijft.

Kun je even niet op de afkorting SCQA komen? Denk aan Baby – Werewolf – Silver Bullet.

Dat vergeet je niet snel.

Groet,

Arnaud

February 16, 2022

How Can I Make This About Me?

Zit je op Twitter?

Ik wel, al post ik zelden. Ik kijk er vooral rond voor input en verstrooiing.

Een account dat ik met plezier volg is ‘How Can I Make This About Me?’. HCIMTAM deelt berichten van mensen die zichzelf iets te nadrukkelijk in het middelpunt zetten.

Bijvoorbeeld prof. David Pinto:

Befaamde psycholoog prof. Dr. Willem Hofstee is overleden. Bedroevend. Prof. Hofstee was lid vd leescommissie v. mijn Proefschift en hij schreef over mij: “Voor de bijdragen die de auteur heeft geleverd aan de beschaving en aan de humaniteit past het grootst mogelijke respect.”

Een ander leuk HCIMTAM-voorbeeld is Instagrammodel Natalie Schlater.

Zij plaatste een foto waarop ze prominent in ondergoed voor een rijstveld staat. Onderschrift: ‘Thinking about how different my life is from the man picking in the rice field every morning.’

HCIMTAM toont extremen van narcisme en ijdeltuiterij.

Maar de neiging om iets op jezelf te betrekken is op zichzelf niet extreem. Die is menselijk.

En ook je publiek heeft – bewust of onbewust – die neiging.

Je kunt daarom het beste zorgen dat je verhaal al expliciet over je publiek gaat. Want uiteindelijk vinden mensen zichzelf toch het meest interessant.

Groet,

Arnaud

February 8, 2022

Je overschat je publiek

Dit weet toch iedereen!

Denk je dat weleens als het over jouw onderwerp gaat?

Veel experts kennen de ervaring. Je legt voor je gevoel iets heel simpel uit. En toch kijkt je publiek je vragend aan.

Hoe komt dat?

Het mechanisme dat hier een rol speelt wordt the curse of knowledge genoemd.

Als expert ben je jarenlang opgeleid in jouw onderwerp. En de kennis die je hebt opgebouwd, bepaalt hoe je de wereld waarneemt.

Een ornitholoog herkent een smelleken, waar een leek alleen een valk, een roofvogel of een vogel ziet.

Een ornitholoog heeft bij het woord ‘smelleken’ allerlei associaties. Hoe hij eruitziet, dat hij zeldzaam is, dat hij klein is, dat hij niet bidt, zoals een torenvalk.

En nog veel meer.

Zulke associaties zijn belangrijk voor je werk als expert. Maar als je communiceert, staan ze juist in de weg.

Want je publiek heeft deze associaties niet. En trekt dus niet zomaar dezelfde conclusies als jij.

Twijfel je of je een basale term of afbeelding uit jouw vakgebied moet toelichten?

Dan is het antwoord waarschijnlijk ‘ja’.

Groet,

Arnaud

February 2, 2022

Mopperkont

‘De eerste, in zijn eentje zelfs vrijwel toereikende regel van een goede stijl is dat je iets te zeggen moet hebben.’

Dit is een uitspraak van de 19e-eeuwse filosoof Arthur Schopenhauer.

Als voormalig filosofiestudent kan ik het niet laten om af en toe zo’n snippet of wisdom met je te delen.

Schopenhauer was populair onder mijn studiegenoten.

Dat kwam deels door zijn provocerende, pessimistische levensopvatting. Hij was een mopperkont. Selecties van zijn werk zijn in het Nederlands gebundeld als De wereld een hel en Er is geen vrouw die deugt.

Schopenhauer was ook populair omdat hij zo goed leesbaar is. Hij heeft een prettige, aantrekkelijke, literaire stijl.

Maar volgens hem is de basis van een goede stijl dus dat je iets te zeggen hebt.

Hij heeft gelijk.

En het geldt ook voor de communicatie over je werk.

Soms zie ik mensen zich al vroeg druk maken over de vorm. Zinslengte, passieve zinnen, dt’s. Lettertypes, kleuren en uitlijning op slides.

Allemaal belangrijk.

Maar niet de essentie.

Zorg dat je eerst weet wat je wil vertellen. Wat je boodschap is. En besteed daar de meeste aandacht aan.

Maak je daarna pas druk om de vorm.

Groet,

Arnaud

Houd je verhalen scherp

Analytic Storytelling-tips in je inbox? 

  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.

Wij leveren graag een passend verhaal. Heb je een vraag die je met ons wilt bespreken? Bel of mail ons: 

Stijn Cornelissen
s.cornelissen@analytic-storytelling.com
+31 6 45 30 41 74

 

Priscilla Brandon
p.brandon@analytic-storytelling.com
 +31 6 14 50 98 91