Complex verhaal? Schakel de navigatie in voor je publiek

Gedachte-experiment: je bent commissielid bij een fonds dat subsidies uitdeelt. Hoe zit je er bij?

Het is al weer half acht. Je hebt op de bank nog even de laatste e-mails van je werk weggewerkt. Je gaat aan de eettafel gaan zitten. Alleen daar kan je de vuistdikke stapels aanvragen kwijt. Eens kijken of je er vanavond nog tien kan doornemen voor je je dochter van hockey moet halen. Tien aanvragen; zullen dat twee of drie toekenningen worden?


Een subsidie-adviseuse waar ik mee werk, vatte deze situatie treffend samen: een beoordelaar is bij zijn eerste blik op je aanvraag op zoek naar redenen om niet te honoreren. Dit kan bewust zijn, maar vaak ook onbewust. De tijdsdruk en de lage gemiddelde slagingskans zitten altijd in zijn achterhoofd.

Bij die eerste indruk speelt een enorme rol hoe toegankelijk je tekst is. Nog voordat de inhoud aan bod komt. Kijk maar naar dit voorbeeld, dat ik bewust inhoudelijk onleesbaar heb gemaakt:

De tekst links is overzichtelijk en navigeerbaar. Je kent je inhoudelijke bestemming nog niet, maar je hebt er vertrouwen in dat je hem gaat vinden. En je hebt zin om de motor te starten.

Op rechts slaat mijn motortje gelijk af. Waar moet ik naartoe? Dat wordt een hoop verdwalen en nutteloze rondjes rijden.

Korte, goed gestructureerde alinea’s zijn één van de ingrediënten van een navigeerbare tekst. Parker Derrington legt dit erg goed uit in een van zijn blogs:

  • “Most of the people scoring your grant will speed-read your case for support. Speed-readers read the first line of every paragraph provided there is white space between them. The longer your paragraphs, the less you communicate with speed readers.
  • Long paragraphs are usually very hard to digest. They are usually a sign that what you are writing is either very complex, or just a bit disorganised. The few readers who really want to read the detail in your case for support will find it hard.”

De opbouw van zo’n alinea is telkens hetzelfde:

  1. Begin met de hoofdboodschap van je alinea. Het allerbelangrijkste, de conclusie, de kern; hoe je het noemen wil.
  2. Verzamel de argumenten, voorbeelden, toelichting die bij die hoofdboodschap horen.
  3. Zet die in de alinea en verbind ze met signaalwoorden (‘want’, ‘bijvoorbeeld’, ‘ten eerste’) aan de hoofdboodschap.
  4. Begin aan een nieuwe alinea wanneer je de volgende hoofdboodschap bereikt hebt.

Dus verplaats je de volgende keer in je publiek dat de reis door je aanvraag gaat maken en schakel de navigatie voor ze aan. Ze zullen je dankbaar zijn. En dat is precies wat je wil van iemand die over je lot beslist.

 


Stijn is directeur, adviseur en trainer van Analytic Storytelling. We helpen mensen om inhoudsgedreven verhalen te maken. Dat betekent: heldere en overtuigende communicatie over complexe inhoud.